ROOILIJN architectuur besloot niet zomaar om alles achter de bestaande gevel af te breken; het hoekpand verkeerde bouwtechnisch in te slechte staat en het was ook niet afgestemd op zijn nieuwe functie, coliving. De keuze om te werken met een houtskeletbouw als nieuwe draagstructuur was al even weloverwogen. Niet alleen omdat ROOILIJN architectuur van koolstofbewust, biogebaseerd en circulair ontwerpen zijn handelsmerk heeft gemaakt en hout helemaal in dat plaatje past, maar ook omdat de omstandigheden erom vroegen.
Dat zit zo: na een 3D-opmeting van de bestaande structuur en gevel bleek dat de bestaande muren soms tot 17 cm (!) uit het lood stonden. En houtskeletbouw geeft bij renovaties meer tolerantie voor scheve of onregelmatige bestaande muren. Daarnaast is hout ook een dankbaarder materiaal dan beton of staal om mee te werken in dens stedelijk gebied, gezien de lichtheid en relatief eenvoudigere verwerkbaarheid.
Cellulose achter buitenmuren en in vloeren en binnenmuren
De houtskeletbouw werd op de minimummaten geplaatst. De ruimte tussen de houten structuur en de bestaande muren werd opgevuld met iQ3-cellulose-isolatie van ISOPROC, wat volgens de fabrikant een goede oplossing is bij een gevel die regendoorslagdicht is. Omdat die isolatie (snel) ingeblazen wordt, vult ze elke onregelmatigheid perfect. Zo ontstond een kierenvrije aansluiting zonder koudebruggen, iets wat met plaatmateriaal onhaalbaar zou zijn geweest – dan zouden er holtes en luchtcirculatie ontstaan zijn.
De toepassing van de biogebaseerde iQ3-isolatie, gemaakt op basis van vezels uit krantenpapier, ging echter verder dan enkel de gevelspouw. Ook de binnenwanden werden ermee ingeblazen, net als de ruimte tussen de vloerbalken, waar de cellulose achter een INTELLO PLUS-scherm zit, een vochtvariabel en luchtdicht dampscherm van ISOPROC’s partnermerk pro clima. Het latwerk tegen INTELLO PLUS vormde meteen ook de draagstructuur voor de verlaagde plafonds.
Lange faseverschuiving
ROOILIJN architectuur werkt vaak met iQ3. Bestuurder Bart Mermans legt uit waarom: “Een van de grote troeven van cellulose-isolatie, misschien wel de grootste, is haar lange faseverschuiving van twaalf tot wel veertien uur. Daardoor komt de warmte in de woning pas ’s avonds vrij, wanneer het buiten al afkoelt – een natuurlijke bescherming tegen oververhitting zonder actieve koeling. Met cellulose-isolatie kan je daardoor ook zonder airco de kans op oververhitting drastisch verlagen.”
“Bovendien presteert cellulose-isolatie ook akoestisch goed. En ze werkt ook vochtbufferend, waardoor er minder risico is op interne condensatie en bouwschade, zodat een stabiel en gezond binnenklimaat wordt gecreëerd. Ook de vochtgestuurde damprem INTELLO PLUS in de plafonds laat de constructie mee evolueren met seizoenschommelingen en ze veilig uitdrogen. Tot slot werden alle kritische aansluitingen – rond ramen, OSB-panelen en constructieknopen – nauwkeurig afgeplakt met pro clima-tapes, tot en met plaatvoegen.”
Toekomstbestendig gebouwd
Kortom: dankzij de combinatie van houtskeletbouw, iQ3-cellulose en een doordacht luchtdichtheidsconcept heeft de nieuwe colivingwoning een robuuste schil die zomercomfort, akoestiek én vochtbeheer naar een hoger niveau tilt. “De EPB-normen van vandaag zijn eigenlijk al achterhaald. We moeten nu al bouwen met 2030 en 2050 in het achterhoofd. Dit was een project was een kans om écht hoge ambities te stellen!”, besluit Bart Mermans.
Meer algemene info over het project lees je in dit artikel.