Akoestiek als ontwerpinstrument in houten theaterzaal Wilrijkse steinerschool (NP-Bridging, SonIQ en Ney & Partners)

  • © steinerschool Lohrangrin
  • © SonIQ
  • © SonIQ
  • © steinerschool Lohrangrin
  • © steinerschool Lohrangrin

De nieuwbouw werd gerealiseerd tussen eind 2022 en 2024 en is inmiddels dus zo’n twee jaar in gebruik. Het gebouw vervangt een bestaande schuur en werd opgetrokken in CLT dat ingevoerd werd vanuit Oostenrijk.

Opdrachtgever van het project is de steinerschool zelf. Voor het ontwerp werkte NP-Bridging niet alleen samen met SonIQ, maar ook met Ney & Partners, dat de stabiliteitsstudie verzorgde. PIT-EIFFAGE stond in voor de werken en schakelde ARWO-BOUW in voor de realisatie van de theater- en muziekzaal.

Ontwerp respecteert omgeving

Architecturaal speelt het ontwerp van NP-Bridging duidelijk in op de groene omgeving. Zo koos het ontwerpbureau bewust niet voor een blokvormig gebouw – wat gezien de theater- en muziekzaal misschien logischer was geweest, maar voor een meer geleed volume met hellende daken. Dat tempert het volume, waardoor het zich subtieler in het landschap voegt. Ook de cederhouten shingles als dakbedekking, die na verloop van tijd vergrijzen, laten het gebouw opgaan in de parkcontext.

Waar het programma initieel nog richting turnzaal ging, evolueerde het ontwerp naar een polyvalente ruimte voor muziek, theater en samenkomst. Dat sluit aan bij de pedagogische visie van de steinerschool, waarin spreken, luisteren en artistieke expressie een centrale rol spelen. 

Lat hoog voor akoestiek

Die inhoudelijke focus vertaalt zich rechtstreeks in het ontwerp: niet de vorm, maar de beleving van de ruimte staat centraal. Dat vertaalt zich in hoge eisen op het vlak van akoestiek. De theaterzaal moest immers tegelijk geschikt zijn voor spraak en muziek én bestand zijn tegen het verkeerslawaai van de nabijgelegen A12 en Boomsesteenweg.

Die dubbele uitdaging vroeg om een geïntegreerde aanpak. In een eerste stap werd ingezet op het maximaal afschermen van de buitenwereld – een ingreep die in een massieve betonstructuur vanzelfsprekender zou zijn geweest. Dat gebeurde onder meer via een doorgedreven gelaagde opbouw en een ontdubbelde dakstructuur, waarbij binnen- en buitenconstructie akoestisch van elkaar losgekoppeld zijn. Die ingreep vormt de basis: zonder voldoende isolatie van buitenaf valt er binnen weinig te sturen.

Daarna kon de binnenakoestiek verfijnd worden. Daarvoor werd gewerkt met een combinatie van houten latstructuren en geluidsabsorberend materiaal, zoals rotswol, zorgvuldig geïntegreerd in de architectuur. Opvallend is dat die ingrepen niet als zodanig leesbaar zijn. De ruimte oogt puur en materiaalgericht, zonder opvallende ingrepen, maar levert wel een uitzonderlijk comfortniveau.

De zaal functioneert door het uitgekiende ontwerp – akoestiek is er geen technische parameter, maar een ruimtelijke kwaliteit met directe impact op beleving en gebruik – moeiteloos op verschillende schalen: van kleine groepen kleuters tot een volle bezetting van 250 personen. Microfoons bleken er zelfs overbodig, zowel voor spraak als muziek. De ruimte wordt overigens niet alleen door de school zelf gebruikt, maar ook daarbuiten, voor optredens, bijeenkomsten en zelfs uitvaarten. 

Budgettaire focus op lange termijn

Opmerkelijk in het project is dat niet louter werd gefocust op de initiële investeringskost, maar expliciet werd gekeken naar de lange termijn. Ook aspecten zoals onderhoud, energieverbruik en gebruikskwaliteit maakten integraal deel uit van de afweging. De totale kost over de levensduur van het gebouw woog daarbij minstens even zwaar door als de bouwkost zelf. Dat is geen evidentie in de bouwsector, maar wel logisch voor een school, die – in tegenstelling tot een klassieke ontwikkelaar – eigenaar en gebruiker blijft van het gebouw.

De grootste uitdaging in het project was volgens NP-Bridging het feit dat het in volle coronapandemie werd gerealiseerd. De bouwkost kwam daardoor zwaar onder druk te staan, met prijsstijgingen die opliepen tot ver boven de initiële ramingen. Het project dreigde zelfs onhaalbaar te worden. In plaats van het ontwerp fundamenteel te herzien of in te boeten op kwaliteit, werd ingezet op een doorgedreven samenwerking tussen alle betrokken partijen. Via een open dialoog met de aannemer en gerichte optimalisaties – onder meer door de hoogte van het volume bij te sturen en bepaalde uitvoeringskeuzes te herbekijken – slaagde het team erin het project financieel onder controle te houden. Die aanpak, waarbij niet louter werd bespaard maar vooral gezocht naar verstandige ingrepen met minimale impact op de gebruikskwaliteit, bleek cruciaal om het project alsnog te realiseren.

Referentieproject

De nieuwbouw met drie kleuterklassen en daarboven een theater- en muziekzaal is zonder meer een referentieproject voor houtbouw te noemen, mag de conclusie luiden. Het bewijst immers dat houtbouw perfect inzetbaar is in complexe situaties met hoge technische eisen. 

De combinatie van een lawaaierige context, een veeleisend programma en een sterke focus op beleving maakt van deze theaterzaal een project waarin verschillende disciplines samenkomen, met akoestiek als bepalende factor. Misschien is dat wel de belangrijkste les. Waar akoestiek vaak pas laat in het proces aan bod komt, werd ze hier vanaf het begin als ontwerpinstrument ingezet.

De volgende fase van het project mikt op een echte uitbreiding, met nieuwe schoolgebouwen aan de overkant van de straat.