• © Tim Van de Velde | Armand Eeckels (l.) en Ludovic Powis.
  • © Stijn Bollaert | De nieuwe onthaalpaviljoenen die NU architectuuratelier ontwierp voor de Plantentuin Meise hebben een betonnen structuur met een houten dek en gevels opgebouwd uit houtskelet, met houten gevelschrijnwerk.
  • © Stijn Bollaert | De nieuwe onthaalpaviljoenen die NU architectuuratelier ontwierp voor de Plantentuin Meise hebben een betonnen structuur met een houten dek en gevels opgebouwd uit houtskelet, met houten gevelschrijnwerk.
  • © Stijn Bollaert | De nieuwe onthaalpaviljoenen die NU architectuuratelier ontwierp voor de Plantentuin Meise hebben een betonnen structuur met een houten dek en gevels opgebouwd uit houtskelet, met houten gevelschrijnwerk.
  • © Stijn Bollaert | De nieuwe onthaalpaviljoenen die NU architectuuratelier ontwierp voor de Plantentuin Meise hebben een betonnen structuur met een houten dek en gevels opgebouwd uit houtskelet, met houten gevelschrijnwerk.
  • © Nu architectuuratelier en Kebony | De Groen Ark in de Plantentuin Meise kenmerkt zich door zijn grote houten koepel.
  • © Nu architectuuratelier | De Groen Ark in de Plantentuin Meise kenmerkt zich door zijn grote houten koepel.
  • © Tim Van Verdergem | De Groen Ark in de Plantentuin Meise kenmerkt zich door zijn grote houten koepel.
  • © Stijn Bollaert | De Groen Ark in de Plantentuin Meise kenmerkt zich door zijn grote houten koepel.
  • © Lucid | Tannat in Molenbeek, het eerste project dat Revive in hout ontwikkelt.
  • © Lucid | Tannat in Molenbeek, het eerste project dat Revive in hout ontwikkelt.
  • © Nu architectuuratelier | NU architectuuratelier werkt op dit moment aan het ontwerp van een twintigtal bruggen in het kader van de Limburgse Noord-Zuidverbinding. Het probeert die in hout te concipiëren.

Kunnen jullie zichzelf kort even voorstellen? Werkten jullie ooit al samen?

Armand Eeckels: “Ik ben partner bij NU architectuuratelier. Wij zijn een architectenbureau uit Gent en bestaan nu zo’n twintig jaar. Vandaag zijn er zo’n vijftien mensen bij ons aan de slag en onze portefeuille is heel breed: wij ontwerpen zowel meubilair als woningen, groepswoningen, publieke gebouwen in bijvoorbeeld de zorg- of toerismesector, infrastructuur en masterplannen. Ook scenografie behoort tot onze activiteiten. Wij geloven dat al die verschillende projecten elkaar kunnen inspireren. Specialisatie in één specifiek domein is daarom niets voor ons.”

Ludovic Powis: “Ik ben construction manager bij Revive, ook uit Gent. Wij zijn een duurzame projectontwikkelaar en vieren dit jaar onze vijftiende verjaardag. we transformeren oude industriële sites naar levendige groene buurten. Op die manier streven we ernaar onze projecten zo weinig mogelijk groene ruimte te laten innemen. Wij werkten nog niet samen met NU architectuuratelier.”


Jullie ontwierpen of realiseerden al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Armand Eeckels: “Ik haal graag de projecten aan die we al mochten realiseren voor de Plantentuin Meise. Die ontwerpen zijn wel emblematisch voor ons werk en de evolutie die we doorgemaakt hebben op het vlak van houtbouw. Een eerste opdracht omvatte het ontwerp van nieuwe onthaalpaviljoenen. Die hebben een betonnen structuur met een houten dek en gevels opgebouwd uit houtskelet, met houten gevelschrijnwerk. Ons tweede project voor de Plantentuin is De Groene Ark, dat onder meer een publiekspaviljoen inhoudt waarvan de primaire structuur ook uit beton bestaat, met een houten dek. Op dat dek kwam een indrukwekkende houten koepel waarin de vezel van hout optimaal benut wordt. Trekspanning dus. Ingenieursbureau Mouton heeft daar een uitgekiende stabiliteitsstudie voor gemaakt. Een laatste project voor de Planentuin, nog in opbouw, is het Pachthof, een nieuw restaurant in het hart van de tuin. Daar is enkel nog de fundering in beton maar al de rest in hout. Voor een toekomstig project dat we hopelijk voor de Plantentuin mogen ontwerpen, hebben we de ambities op het vlak van duurzaamheid nog scherper gesteld, maar meer mag ik daar nog niet over zeggen (lacht). En nog een voorbeeldje: voor een ontvangstpaviljoen dat we nu aan het realiseren zijn voor Provinciaal Domein Nieuwenhoven in Limburg weren we cement volledig. Zelfs in de fundering. Die bestaat uit schroefpalen. Daarop komt een volledig houten constructie.”

Ludovic Powis: “Op dit moment zijn wij bezig met de ontwikkeling van ons eerste project in hout: Tannat in Molenbeek. Het gaat om een CLT-project dat zal voorzien in 79 appartementen. Eind dit jaar wordt het opgeleverd. Zelf hadden wij geen voorafgaande ervaring met houtbouw en de aannemer, Democo, ook niet. Maar we zaten wel in een bouwteam en de ontwerper, BLAF architecten, en  betrokken studiebureaus, Labau, boydens enigineering en D2S, hadden die ervaring wel.”


Revive ontwikkelt dus niet uitsluitend gebouwen in hout. Jullie wél, Armand?

Armand Eeckels: “Neen, maar als de opdrachtgever de ruimte ervoor laat en het is technisch mogelijk, dan zullen we het wel altijd doen.”

Ludovic Powis: “Wij willen in de toekomst wel echt veel meer gaan bouwen met hout.”


Zweren jullie bij een bepaalde houtbouwmethode – houtskeletbouw of massieve houtbouw al dan niet gecombineerd met CLT-bouw?

Armand Eeckels: “Neen. Die methode is voor ons afhankelijk van het structurele concept, dat volgt uit het architecturale concept. We ontwerpen nu zowel in CLT als in houtskelet met houtskeletwanden of houtskelet met kalkhennep als invulmetselwerk. De houtbouwmethode wordt echt in functie van het specifieke project gekozen.”

Ludovic Powis: “Wij hebben dus nog maar één project in hout in onze portefeuille, maar kunnen wel zeggen dat CLT daarvoor de logische keuze was. Je kan er snel mee bouwen en de bouwmethode biedt een hoog gemak op het vlak van afwerking. Houtskeletbouw hebben we heel kort bekeken, maar dat vonden we minder evident om op grote schaal toe te passen omwille van de detaillering en de tragere manier van bouwen.”


Is de keuze voor houtbouw een ideologische of is ze altijd contextgebonden?

Armand Eeckels: “Waar houtbouw in onze projecten vroeger eerder een technische of esthetische keuze was, kiezen we er nu vaker bewust voor vanuit ecologisch standpunt. Maar het is ook wel niet zo dat wij zeggen ‘als het niet in hout is, dan doen we het niet’. Dat is niet realistisch daar we ons zo zouden uitsluiten uit een groot deel van het architecturale discours. We willen wel de bakens verzetten voor houtbouw. Zo zijn we vandaag ook bezig met het ontwerp van een twintigtal bruggen in het kader van de Limburgse Noord-Zuidverbinding, een groot infrastructuurproject. Voor die bruggen hebben we als ambitie gesteld: we denken in eerste instantie in hout, als dat niet kan in staal en als dat niet kan in beton. Alle bruggen voor zacht verkeer, voor voetgangers en fietsers dus, worden in hout gerealiseerd. Daarvoor werken we samen met Miebach Consulting, een Duits ingenieursbureau dat in Europa al veel houten bruggen heeft gerealiseerd en de kennis daarrond graag naar België brengt. De opdrachtgever vraagt ook een garantie van honderd jaar en aangezien we niet willen terugvallen op tropisch hardhout maar wel werken met gelamineerde balken, vergt het ontwerp wel een heel precieze detaillering om houtrot te voorkomen. We zijn ook naar Noorwegen getrokken, waar ze al heel lang bruggen in hout bouwen, ook voor zwaar verkeer. Om inspiratie en kennis op te doen. Al kan je je wel vragen stellen bij de globale duurzaamheid van die bruggen aangezien die gefinancierd worden met oliegeld. Maar goed, niemand is 100% heilig.”

Ludovic Powis: “De keuze is voor ons gedeeltelijk ideologisch en gedeeltelijk contextgebonden. Je kan er snel mee bouwen en daar is niemand op tegen, maar het gelijkvloers in het Tannat-project hebben we bijvoorbeeld wel in beton uitgevoerd omdat daar commerciële ruimtes komen en die grotere overspanningen vroegen.”


Is houtbouw vandaag duurder dan bouwen met bakstenen, beton of staal?

Armand Eeckels: “Ja, daar moet je wel vanuit gaan als het over bouwen op zogenaamde traditionele manier gaat. Zeker als de houtbouw gepaard gaat met de toepassing van andere biogebaseerde materialen, zoals voor de isolatie of afwerking. Dan zit je in vergelijking met de meer gebruikelijke, niet-milieuvriendelijke materialen snel aan een meerkost van 30%, omdat onze sector daar nog niet klaar voor is en je dus amper schaalvoordelen geniet. Die meerprijs vormt natuurlijk vaak een struikelblok voor opdrachtgevers.”

Houtbouw heeft de connotatie dat het 15 tot 30% duurder is dan bouwen met baksteen, beton of staal. Alles hangt echter af van op welk moment de keuze om in hout te bouwen wordt gemaakt. Als dat vroeg genoeg gebeurt en de architect kan zijn ontwerp van in het begin enten op houtbouw, dan is het prijsverschil vaak verwaarloosbaar

Ludovic Powis, Revive

Ludovic Powis: “Houtbouw heeft inderdaad de connotatie dat het 15 tot 30% duurder is dan bouwen met baksteen, beton of staal. Wij hebben in het Tannat-project echter gemerkt dat alles afhangt van op welk moment de keuze om in hout te bouwen wordt gemaakt. Als dat vroeg genoeg gebeurt en de architect kan zijn ontwerp van in het begin enten op houtbouw, dan is het prijsverschil vaak verwaarloosbaar.”


Wat zijn volgens jullie de grote voordelen van ontwerpen en bouwen met hout?

Armand Eeckels: “Ten eerste dat je ruwbouw je afwerking kan zijn. Dat geldt voor beton ook, maar ik vind hout wel een warmer materiaal. Daarnaast dat het materiaal hernieuwbaar is en CO2 opslaat.”

Ludovic Powis: “Dat je de structuur zichtbaar kan laten vinden ook wij een heel grote troef van bouwen met hout. Het materiaal straalt inderdaad warmte uit. Daarnaast heeft een houten gebouw ook een betere luchtdichtheid en kan je met hout heel gemakkelijk ontwerpen, omwille van de logische en zeer leesbare structuur die voortkomt uit het gebruik van balken. Tot slot veroorzaakt hout minder giftige rook in het geval van een brand, al is dat meer een fijne bijkomstigheid, uiteraard. Om nog even in te pikken op wat Armand aanhaalt over die CO2-captatie; wij hebben het Tannat-project onderworpen aan een LCA-studie en hebben toen vastgesteld dat zo’n studie de CO2 die hout opneemt tijdens zijn groeifase niet meeneemt, blijkbaar met als motivatie dat als het gebouw ooit wordt afgebroken en het hout verbrand wordt, die CO2 terug vrijkomt. Daardoor heeft een project van ons dat niet uit hout bestaat maar wel is aangesloten op een warmtenet bijvoorbeeld een betere LCA-score dan Tannat. Dus die kantekening is wel belangrijk.”


Heeft houtbouw ook nadelen?

Armand Eeckels: “De prijs, omdat zoals reeds aangehaald hout nog niet kan concurreren met klassieke bouwproducten in termen van aanbod. Maar ook het gegeven dat het minder robuust is dan wat ik graag minerale stapelmassiefbouw noem, met stenen en metselwerk. Hout kan beginnen rotten, dus je vochthuishouding moet je goed onder controle hebben. De kennis daarover is nog niet genoeg verspreid.”

Ludovic Powis: “Omdat een houten structuur per definitie lichter is dan een structuur uit beton is de kans op oververhitting van een houten gebouw groter. Een goeie akoestiek bewerkstelligen is ook een iets grotere uitdaging in een gebouw van hout, omdat hout meer geluid doorlaat dan meer massieve materialen. En er is natuurlijk ook de hogere gevoeligheid voor water, zeker in de werffase.”


Werken jullie altijd met hout met een duurzaamheidslabel?

Armand Eeckels: “Ja, het gebruikte hout heeft altijd een PEFC- of FSC-label. Nu, wij kijken ook wel verder. Azobehout heeft bijvoorbeeld een FSC-label, maar dat komt wel van West-Afrika, wat langer transport en dus meer CO2 met zich brengt. In dat opzicht zou Europees hout altijd de voorkeur moeten genieten. Maar dat kan helaas vaak niet concurreren met bijvoorbeeld Azobéhout op het vlak van prestaties …”

Ludovic Powis: “Ook wij vonden het belangrijk dat het hout een duurzaamheidslabel had. Het hout dat wij in het Tannat-project gebruiken komt uit een duurzaam beheerd bos in Oostenrijk en heeft een FSC-label. Dichter bij huis konden we het hout helaas nergens afnemen.”


Heeft een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Armand Eeckels: “Europese houtsoorten dus, omwille van de ‘sourcing’ dichter bij huis.”

Ludovic Powis: “Wij hebben in het Tannat-project geen specifieke houtsoort opgelegd. De CLT-panelen die gebruikt worden zijn klassiek en bestaan dus uit naaldhoutsoorten. Uit CLT-panelen kan na een jaartje wel nog wat hars komen, maar dat kan je gewoon verwijderen en is meestal niet meer het geval na oplevering van het gebouw.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Armand Eeckels: “Niet per se. Ook met beton of staal kan je heel mooie gebouwen maken.”

Ludovic Powis: “Die mening deel ik.”

 
Heel lang geleden werd er vaak gebouwd met hout. Toch zijn de historische gebouwen die vandaag nog overeind staan veelal van steen. Betekent dit dat een houten gebouw minder lang meegaat dan een gebouw uit steen, beton of staal?

Armand Eeckels: “Ik denk dat het in grote lijnen wel zo is dat een stenen gebouw langer meegaat dan een houten gebouw, voornamelijk door de brandgevoeligheid. Kijk maar naar het houten dak van de Notre-Dame in Parijs (dat brandde in 2019 grotendeels af tijdens restauratiewerkzaamheden, red.). Dat dak was volgens mij even oud als de stenen kerk eronder, maar in tegenstelling tot de kerk zelf overleefde het dak de brand niet. Anderzijds zouden houten gebouwen volgens mij wel even lang kunnen meegaan als stenen of stalen gebouwen indien je ze goed onderhoudt. Door ze zoals vroeger te teren, bijvoorbeeld. Natuurlijk, het is ook de manier hoe je ernaar kijkt. Japanners bouwen bijvoorbeeld heel veel in hout en om de pakweg honderd jaar breken zij die gebouwen af om daarna volledig dezelfde opnieuw in hout op te trekken. In zekere zin blijven hun houten gebouwen dus ook eeuwig staan. Dat vind ik wel een interessante gedachte.”

Ludovic Powis: “Brand kwam vroeger natuurlijk meer voor dan vandaag, vandaar dat veel historische houten gebouwen er vandaag niet meer zijn. Wat wij wel merken: bij veel gebouwen die wij overnemen vinden we nog een houten fundering terug. Toen was het dus: hout in de fundering en stenen voor het gebouw. Vandaag is het vaak omgekeerd.”


Kan je een houten gebouw volledig brandveilig maken?

Armand Eeckels: “Ja, dat kan. Door overdimensionering of door het hout te beschermen met bijzondere middelen.”

Door overdimensionering of door het hout te beschermen met bijzondere middelen kan je een houten gebouw volledig brandveilig maken

Armand Eeckels, Nu architectuuratelier

Ludovic Powis: “Ik moet wel zeggen dat wij voor de realisatie van Tannat veel vragen van de brandweer dienden te beantwoorden. Bij de brandweer heerst naar ons gevoel een hoog risicogevoel als het gaat over houten gebouwen. De brandweer heeft ons bijvoorbeeld residentiële sprinklers opgelegd in alle appartementen, ook al volgen wij alle wettelijke normeringen rond brandveiligheid. De tijd en kost die hiermee gepaard ging is zeker niet te onderschatten. Er moeten duidelijkere richtlijnen komen voor brandveiligheid in houten gebouwen.”


Is een houten gebouw per definitie circulair?

Armand Eeckels: “Neen, stel dat je het volledig vernagelt, dan zal het hout versplinteren wanneer je het gebouw afbreekt en dan zal je het waarschijnlijk niet meer in dezelfde vorm kunnen gebruiken in een nieuw gebouw. Dan ben je verplicht te downcyclen.”

Ludovic Powis: “Je kan je een houten gebouw helemaal demonteerbaar en dus circulair ontwerpen, maar een houten gebouw scoort op het vlak van aanpasbaarheid vaak minder goed dan een gebouw in steen, beton of staal. Met beton en staal kan je immers grotere overspanningen realiseren, die de polyvalentie en aanpasbaarheid van een ruimte ten goede komen. In een houten gebouw zijn er meer vaste wanden nodig om de stabiliteit te garanderen. Technieken worden ook vaak in een CLT-structuur ingefreesd, wat de aanpasbaarheid van ruimtes ook moeilijker maakt.”

Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren?

Armand Eeckels: “Wij zetten de laatste jaren meer en meer in op houtbouw en biogebaseerd bouwen en doen er ook alles aan om daar nog meer kennis over te vergaren. We willen in de toekomst altijd en overal in eerste instantie de ambitie hebben om in hout te bouwen. Voor het Pachthof in de Plantentuin Meise passen we ook voor het eerst het principe van korte keten toe: het vast en los meubilair meubilair wordt gemaakt van het hout van bomen die in de Plantentuin gerooid zijn. Mensen zullen in het Pachthof dus op een stoel zitten die gegroeid is in de Plantentuin. Dat werken volgens korte keten willen we meer en meer gaan doen. Bij ons zal houtbouw dus aan belang winnen en ik ben ervan overtuigd dat dit in de hele maatschappij het geval zal zijn.”

Ludovic Powis: “Bij dat laatste sluit ik mij aan. Ook wij denken dat houtbouw steeds belangrijker gaat worden. Dat hout veel beter scoort op het vlak van duurzaamheid dan traditionele bouwmaterialen zal door steeds meer mensen worden erkend. Het zijn vooral de aannemers, die al die jaren anders hebben gebouwd, die houtbouw meer zullen moeten omarmen. En dat moet zeker mogelijk zijn, want ze kunnen er gewoon veel sneller mee bouwen.”

Soms komen in de dubbelinterviews stellingen naar voren die de Houtconnect-partners graag weerleggen. Dat doen ze (gaandeweg) in de rubriek Advocaat van de duivel