Bart Hoylaerts (a2o architecten) en Casper Pasveer (Bovenbouw Architectuur): “Houtbouw komt meestal niet als eerste op tafel, terwijl dat vaak wel zou kunnen”

  • © Bart Hoylaerts (l.) en Casper Pasveer. | Bart Hoylaerts (l.) en Casper Pasveer.

Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen? Wat heeft jullie geïnspireerd om te gaan doen wat jullie doen?

Casper Pasveer: “Ik kom uit Nederland maar ben mijn professionele carrière na een studie Bouwkunde in Delft en Architectuur in Milaan zo’n vijf jaar geleden begonnen in België, meteen bij Bovenbouw Architectuur in Antwerpen. Ons bureau is breed actief, maar we ontwerpen wel voornamelijk grotere projecten, zowel voor private als publieke opdrachtgevers. Particuliere woningen vormen eerder de uitzondering. Ik ben architect geworden omdat het als kind mijn droom was uitvinder te worden – ik hield ervan dingen te maken. De job van architect bleek later aardig in de buurt te komen van die van uitvinder (lacht).”

Bart Hoylaerts: “Ik ben partner bij a2o architecten en zit nu iets meer dan twintig jaar in het vak. Mijn studies deed ik in Hasselt en Port Elisabeth in Zuid-Afrika. Wij hebben zowel een kantoor in Hasselt als in Brussel en focussen op het ontwerpen van architectuur, interieur en landschappen en op stedenbouw. Wij houden specifiek van projecten ‘met een hoek af’, de niet-alledaagse projecten dus. Ik ben architect geworden om maatschappelijke meerwaarde te creëren vanuit creatief ondernemerschap. Naast mijn werk bij a2o architecten geeft ik ook nog het vak Civic – Verantwoord ondernemen aan de studenten architectuur van de UHasselt.”


Werkten jullie ooit al samen?

Casper Pasveer: “Bij mijn weten niet.”

Bart Hoylaerts: “Dat klopt. Al kennen onze bureaus elkaar wel goed en is er een groot wederzijds respect. Misschien moeten wij dan maar eens samen iets gaan doen, Casper (lacht)? Nog leuk om mee te geven: ik werk voor UHasselt in een gebouw dat de architecten van Bovenbouw Architectuur renoveerden, het begijnhof van Hasselt. Ik mag dus elke week genieten van hun werk.”

 

Jullie ontwierpen al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Casper Pasveer: “Het eerste project dat we volledig in houtbouw ontwierpen, meer bepaald in CLT, is de zorgcampus Sint-Jozef in Ekeren, een zorginstelling voor kinderen met een beperking die een totale vloeroppervlakte van zo’n 12.500 m² heeft. Momenteel loopt ook de werf van het project Benedicte in Mortsel, dat we samen met Architectuurbureau Bart Dehaene ontwierpen. Dat is een grootschalig residentieel complex dat met vloerplaten en wanden in CLT en met glulambalken en -kolommen wordt gerealiseerd, wat eerder uniek is omdat CLT toch voornamelijk enkel in grotere publieke gebouwen en particuliere woningbouw wordt toegepast. Een laatste referentieproject is de renovatie van het Welzijnshuis, ook in Mortsel. Daarin gaan we drie extra verdiepingen uitgevoerd in glulam-vakwerk en CLT-platen op een bestaand gebouw zetten.”

Bart Hoylaerts: “Wij hebben recent een school vernieuwd en uitgebreid in het Brusselse Haren, de Schatkist, gebruikmakend van CLT. Ook het fietspaviljoen dat in CLT gerealiseerd werd in Borgloon, een startpunt voor heel wat fietsroutes, behoort zeker tot onze referentieprojecten voor houtbouw. Vandaag zijn we onder meer bezig met het ontwerp van een innovatieve bouwcampus in Diepenbeek die in hout gerealiseerd moet worden en helemaal demonteerbaar moet zijn. En met de herbestemming van een oude kruitfabriek in Vilvoorde die voorziet in vier extra bouwlagen in CLT op het bestaande drie verdiepingen hoge gebouw.”

“Ik denk dat als je dezelfde vraag tien jaar geleden had gesteld, we niet veel projecten hadden kunnen aandragen. Houtbouw is vandaag echt wel meer mainstream geworden. Je moet er niet langer voor vechten aan een vergadertafel.”


Ontwerpen jullie uitsluitend gebouwen met hout?

Casper Pasveer: “Neen. Ieder gebouw vergt zijn eigen bouwmethode. Houtbouw mag voor de goede orde ook geen doel op zich zijn.”

Bart Hoylaerts: “Neen, dat is erg afhankelijk van de context. Voor ons is het belangrijk dat er een slimme structuur wordt gecreëerd die in de tijd op verschillende manieren kan ingevuld worden. Soms is dat in hout, maar het kan omwille van de situatie evengoed in massiefbouw zijn.”


Zweren jullie bij een bepaalde houtbouwmethode?

Casper Pasveer: “Neen. Elke houtbouwmethode heeft zijn sterktes. Voor gevels ben ik wel fan van houtskeletbouw – zo wordt de gevel van het Benedicte-gebouw bijvoorbeeld in houtskeletbouw gerealiseerd – omdat je de isolatie dan makkelijk kan integreren in het gevelpakket en er minder materiaal voor nodig is dan bij massiefhoutbouw.”

Bart Hoylaerts: “Wij ontwerpen zowel in CLT als in houtskelet. Ik wil wel aanvullen: houtskeletbouw vraagt nog net wat meer vakmanschap dan CLT-bouw, dat door zijn massa dichter aanleunt bij klassieke bouwmethodes. Bij CLT-bouw zullen daardoor minder snel bouwtechnische fouten worden gemaakt.”

 

Moeten architecten volgens jullie meer moeten ontwerpen in hout? 

Casper Pasveer: “Absoluut! In de eerste plaats omdat bouwen in hout in ecologische zin veel duurzamer is. Daarnaast is ook het esthetische aspect van hout voor mij een reden om ervoor te kiezen. Maar nogmaals: er zijn situaties waarin staal of beton meer aangewezen zijn.”

Bart Hoylaerts: “Ja, omdat er inderdaad een ecologische noodzaak is. Al is het ook wel ergens te begrijpen dat houtbouw vaak niet als eerste op tafel komt terwijl dat meestal wel zou kunnen. Veel investeerders, aannemers en ingenieurs zijn vandaag immers meer bedreven in andere bouwmethodes, een patroon waar we maar moeilijk van loskomen.”

Casper Pasveer: “Dat is inderdaad wel ergens begrijpelijk. Houtbouw is echt een andere praktijk. De bouwwereld heeft dus ook leertijd nodig.”

Bart Hoylaerts: “Een groot voordeel van hout is dat je er sneller mee kan bouwen dan met klassieke materialen. We merken dat dit vaak een doorslaggevende factor is om toch voor houtbouw te kiezen.”


Vergen houten gebouwen een andere ontwerpaanpak?

Casper Pasveer: “Zeer zeker. Vochtbeheersing is bijvoorbeeld een nog grotere uitdaging in een houten gebouw dan in een klassiek gebouw. Ook tijdens de bouw zelf, waardoor ook de ruwbouwdetails al zo ontworpen moeten worden dat ze een regenbui kunnen verdragen.”

Bart Hoylaerts: “In ons ontwerpproces speelt de materialisatie natuurlijk een belangrijke rol. Het materiaal bepaald de stevigheid van een constructie, de sfeer, hoe snel het gebouw veroudert, hoe duurzaam het gebouw is enzovoort. Elk materiaal heeft zijn eigenschappen en die ken je best vooraleer je een project begint uit te werken. Wij hebben de laatste jaren vaak de vraag gekregen een ontwerp zowel in hout als in beton uit te werken, duidelijk vanuit de veronderstelling dat die twee ontwerpen in de basis weinig van elkaar verschillen. Dat is absoluut niet zo. We moeten dan twee keer vanaf nul starten.”

 

Heeft houtbouw ook nadelen?

Bart Hoylaerts: “Het is doorgaans zo’n 15% duurder en dat schrikt veel mensen af. Dan spreken we echter wel over de initiële bouwkost en niet over de zogeheten total cost of ownership, die de hele kost van een gebouw over zijn volledige levensduur uitdrukt. Die ligt bij een houten gebouw vaak lager. In scholen die we in CLT ontwierpen zien we bijvoorbeeld dat de wanden veel minder snel beschadigd geraken dan klassieke wanden in gipskarton of met pleisterwerk. Dat haalt de onderhoudskosten naar beneden. En een houten gebouw kan ook demonteerbaar gerealiseerd worden, wat het hout een restwaarde oplevert. De focus van veel opdrachtgevers ligt helaas nog steeds op de initiële bouwkost en niet op die total cost of ownership.”


Waarom is het dan precies duurder? 

Bart Hoylaerts: “Hout kost meer. Je kan er wel sneller mee bouwen, maar dat vertaalt zich vaak niet in lagere bouwkosten. Veel aannemers bouwen immers een risicobudget in omdat ze minder bedreven zijn in houtbouw en dus niet zeker weten of ze die hogere bouwsnelheid ook effectief zullen behalen. Ik heb er wel goede hoop op dat het inbouwen van zo’n risicobudget er op termijn zal uitgaan.”

Casper Pasveer: “Houtbouw is ook duurder omdat de houtbouwmarkt kleiner is en daardoor minder competitief dan de klassieke bouwmarkt. Een grotere houtbouwsector zal een gunstig effect hebben op de prijs.”


Zijn er nog nadelen verbonden aan houtbouw?

Bart Hoylaerts: “Hout is toch ook gevoeliger voor materiaalschaarste. Dat hebben we tijdens de coronapandemie kunnen vaststellen. Hout is gevoelig voor vocht en dus moet een houten gebouw zo snel mogelijk rechtstaan. Om er zeker van te zijn dat dit lukt, moet al het hout voorradig zijn wanneer met de opbouw wordt gestart. Het is door die schaarste niet evident om je snel van bepaalde volumes te verzekeren.”

Casper Pasveer: “Dat klopt helemaal. En nog een nadeel: akoestisch scoort hout minder goed dan klassieke bouwmaterialen, omdat die laatste een hogere massa hebben. Vooral in woningbouw betekent dat wel een uitdaging – we moeten dan massa toevoegen.”


Werken jullie altijd met hout met een duurzaamheidslabel?

Casper Pasveer: “Ja, dat wordt altijd opgenomen in de lastenboeken.”

Bart Hoylaerts: “Inderdaad.”

 

Geniet een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Bart Hoylaerts: “Wij hebben al met heel wat houtsoorten gewerkt. Voor de structuur werken we meestal met Europees naaldhout, bij zowel CLT- als houtskeletbouw. Voor de afwerking werken wij graag met verduurzaamd hout. Ook tropische houtsoorten zijn kwalitatief, maar daar springen we zuinig mee om.” 

Casper Pasveer: “Er is een enorme variatie aan houtsoorten en houtproducten, elk met hun eigen voor- en nadelen. Zoals Bart al aangeeft is het daarom belangrijk om het product goed af te stemmen op de functie. Van houten gevelbekleding verwachten we bijvoorbeeld dat die bestand is tegen verwering en schimmels, terwijl bij een houten vloerafwerking vooral de slijtvastheid van belang is. Bij constructiehout is dan weer de stijfheid doorslaggevend.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Casper Pasveer: “Neen. Baksteen en beton zijn architecturaal gezien ook hele fijne materialen om mee te werken. Maar hout biedt architecturaal zeker voordelen. Zo is het in onafgewerkte toestand esthetisch gezien een warmer en zachter materiaal dan beton.”

Bart Hoylaerts: “Daar ga ik helemaal mee akkoord. De context speelt een grote rol, vind ik.”

 

Hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren in ons land?

Casper Pasveer: “Ik geloof wel dat we in België meer in hout zullen gaan bouwen, aangezien het voordelen biedt in het licht van de klimaatproblematiek. Ik verwacht ook dat de prijzen van beton en staal zullen stijgen, onder meer door de voortzetting van het Europese emissiehandelssysteem, wat ook in de kaart zal spelen van houtbouw.”

Bart Hoylaerts: “Hout was gisteren niche, maar positioneert zich vandaag toch meer en meer naast de klassieke bouwmethodes en zal daar in de toekomst volgens mij helemáál evenwaardig aan zijn. Het zal dan wel belangrijk zijn dat het vakmanschap dat we vorige eeuwen in ons land hadden op het vlak van houtbouw terug omarmen. Want dat is toch wel wat verdwenen. Probeer vanavond maar eens een schrijnwerker te vinden om bij je thuis iets te komen doen …”


Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, heren!