Bart Van Leeuw (ZAmpone architectuur) en Karen Allacker (KU Leuven): “De toekomst van bouwen ligt niet in één materiaal, maar hout verdient een grotere rol”

  • © Bart Van Leeuw en Karen Allacker.

Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen? Wat heeft jullie geïnspireerd om te gaan doen wat jullie doen?

Bart Van Leeuw: “Ik ben partner bij ZAmpone architectuur uit Sint-Jans-Molenbeek, dat naast mij bestaat uit twee andere partners en twaalf medewerkers. Wij zijn actief sinds 2006 en gespecialiseerd in het ontwerp van kinderdagverblijven en scholen, met een kritische benadering van de regelgeving die in die gebouwen geldt – lees: we proberen ze te verbeteren als het kan. Wij proberen altijd zo duurzaam mogelijk te ontwerpen op alle mogelijke niveaus. We merken ook steeds meer dat ons werk anderen inspireert en dat is natuurlijk alleen maar mooi.”

Karen Allacker: “Ik ben professor en houder van de Leerstoel Duurzaam Bouwen aan het Departement Architectuur van de KU Leuven, binnen de faculteit Ingenieurswetenschappen. Ik leid een onderzoeksgroep die focust op de berekening van de milieu-impact van gebouwenstocks. We hanteren daarbij steeds een levenscyclusperspectief. Zo draagt onze onderzoeksgroep bijvoorbeeld bij aan de verdere ontwikkeling van de TOTEM-tool. Maar we voeren ook beleidsondersteunende studies uit voor Europa.”


Werkten jullie ooit al samen?

Bart Van Leeuw: “Neen. Maar ik heb Karen voorafgaand aan dit artikel wel eens opgezocht op LinkedIn en ze heeft wel een zeer interessante carrière (lacht).”

Karen Allacker: “Bedankt (lacht). Wij werkten inderdaad nog nooit samen.”


Bart, jullie ontwierpen al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Bart Van Leeuw: “Samen met houtbouwer Arkana hebben we verschillende eengezinswoningen in hout, voornamelijk CLT, ontworpen. Ook mijn vorige woning in Brussel had ik zelf ontworpen, in houtskelet, maar die is drie jaar geleden, net voor ze klaar was, helaas afgebrand. Grotere projecten in hout ontwierpen we met ZAmpone architectuur nog niet, maar er zit er nu wel eentje in de pijplijn. We merken wel dat houtbouw voor grotere projecten vandaag nog steeds eerder de uitzondering is, vooral door de hogere initiële bouwkost.”


Jullie zweren met ZAmpone architectuur dus niet bij een bepaalde houtbouwmethode?

Bart Van Leeuw: “Neen. De verschillende methodes die er zijn, hebben allemaal hun specifieke voor- en nadelen. CLT-panelen hebben bijvoorbeeld een heel hoge structurele sterkte, maar in een CLT-gebouw is de akoestiek minder goed onder controle te houden. Bij houtskeletbouw zit de isolatie al in de structuur, wat doorgaans betere thermische prestaties oplevert. Een nadeel van die methode is dan weer dat je er geen grote overspanningen mee kunt maken. Er is wat ons bureau betreft, en daar werken we waar het kan actief aan mee, zeker nog wat onderzoek nodig om te bepalen wanneer precies welke houtbouwmethode het meest aangewezen is.”


Jullie ontwerpen dus niet uitsluitend in hout?

Bart Van Leeuw: “Neen, andere bouwmethoden kunnen soms meer aangewezen zijn. Zo hebben klassieke bouwmethoden in het licht van de klimaatopwarming ook zeker nog bestaansrecht, omdat ze massievere gebouwen opleveren die de warmte beter kunnen buitenhouden. Daar staat natuurlijk wel tegenover dat de bouwproducten die daarvoor nodig zijn met hun uitstoot ook zelf bijdragen aan die opwarming, vandaar dat ook houtbouw zeker zijn plaats mag opeisen.”


Karen, was is jouw link met houtbouw?

Karen Allacker: “Naast het berekenen van de milieu-impact van gebouwen, onderzoeken we ook strategieën om die impact te verminderen. Zo kijken we onder meer naar het verbeteren van productieprocessen van conventionele bouwmaterialen, het ontwikkelen van nieuwe materialen, het hergebruik van materialen, het ontwerp van aanpasbare gebouwen en de renovatie van bestaande gebouwen. Een van de strategieën is het gebruik van biogebaseerde materialen. In die context speelt houtbouw een belangrijke rol.”


Moeten architecten volgens jullie meer moeten ontwerpen in hout? En zo ja, waarom?

Bart Van Leeuw: “Ja, omdat het een van de antwoorden is op de klimaatproblematiek. Houtbouw is, zoals gezegd, een bouwmethode die veel CO2-armer is. Bovendien is de bouwmethode ook op een andere manier minder belastend voor de planeet: we putten er de aarde minder mee uit omdat hout een hernieuwbare grondstof is én we kunnen er bouwmaterialen langer mee in de kringloop houden omdat houtbouw een droge bouwmethode is en circulair bouwen – en dus hergebruik van materialen – zo faciliteert.”

De meeste houtsoorten hebben goede mechanische eigenschappen en gaan lang mee wanneer ze op de juiste plaats worden toegepast

Karen Allacker

Karen Allacker: “Ik ben ook pro, omdat hout als bouwmateriaal veel potentieel heeft. De meeste houtsoorten hebben goede mechanische eigenschappen en gaan lang mee wanneer ze op de juiste plaats worden toegepast. Daarnaast heeft hout een relatief lage lambdawaarde in vergelijking met veel andere structurele materialen, waardoor het minder warmte geleidt en thermisch gunstig werkt in de gebouwschil.”


Heeft houtbouw nog meer troeven?

Bart Van Leeuw: “Omdat je niet met droogtijden te maken krijgt en er veel elementen geprefabriceerd kunnen worden, kan je in hout veel sneller bouwen dan met beton of bakstenen. Een ander voordeel is dat hout je als architect op structureel vlak veel vrijheid biedt.” 

Karen Allacker: “De lichtheid van hout maakt het materiaal ook uitermate geschikt voor optoppingen.”


Bart, vergen houten gebouwen een andere ontwerpaanpak?

Bart Van Leeuw: “Ja. Wanneer je in hout ontwerpt, kan je minder gemakkelijk grote overspanningen maken dan wanneer je in staal of beton ontwerpt. Daarnaast moet je een houten ontwerp op bepaalde plaatsen ook overdimensioneren om bepaalde brandeisen te behalen.”

“Ik merk overigens dat het mixen van verschillende bouwmethodes in één gebouw nog maar weinig gebeurt. Ingenieurs werken het liefst met één bepaald structureel materiaal omdat hun computermodellen maar moeilijk anders toelaten. Dat vind ik jammer, want een mix van beton, staal en hout kan erg mooi zijn. Én efficiënt: grote overspanningen ontwerp je in staal, de bovenste etage die lichter mag zijn in hout …”


Heeft houtbouw ook nadelen?

Bart Van Leeuw: “Er is nog te weinig kennis rond de brandveiligheid van houten gebouwen of bepaalde producten in houten constructies. Dat betekent in de praktijk vaak brandtesten en die zijn duur. Daarnaast is hout gevoeliger voor vocht dan meer massieve materialen. Je moet als architect natuurlijk altijd aandacht hebben voor de waterdichtheid van je ontwerp, maar stel dat het toch eens ergens fout loopt, dan zal hout sneller schade ondervinden van het vocht dan meer massieve materialen. Een houten constructie is tijdens de werffase ook iets gevoeliger voor innesteling van insecten. Tot slot is materiaalcontrole bij houtbouw nog belangrijker dan bij traditioneel bouwen. Hout is immers een materiaal dat geleefd heeft, waardoor niet elke balk van dezelfde houtsoort per se precies dezelfde eigenschappen heeft, en het hout moet ook goed uitgedroogd zijn.”

Karen Allacker: “Helemaal mee eens. Wat die gevoeligheid voor vocht betreft: ook vocht ten gevolge van inwendige condensatie is een aandachtspunt. Ik wil daarnaast ook aanstippen dat er niet alleen maar positieve milieueffecten van hout bestaan. Zo heeft het veelvuldig gebruik van hout een impact op de bodemkwaliteit, omdat er bomen voor worden geveld. En houtbouw is ook verantwoordelijk voor heel wat fijnstofemissies. Bij het gebruik van tropisch hout zijn er bovendien ook CO2-emissies door transport.”


Is de initiële investeringskost van bouwen met hout hoger dan die van bouwen met stenen, beton of staal?

Bart Van Leeuw: “Ja. Dat heeft te maken met het feit dat houtbouw nog niet veel wordt toegepast: hoe lager de vraag, hoe hoger de prijs. Maar ook met het feit dat veel aannemers een hogere prijs maken voor houtbouw dan voor traditioneel bouwen, puur omdat ze er maar weinig ervaring mee hebben en dus reserve willen inbouwen of met die hogere prijs de opdrachtgever zelfs richting traditioneel bouwen willen sturen.”

Ik denk dat een CO2-heffing op bepaalde bouwmaterialen de vraag naar houtbouw zou kunnen doen stijgen. Beton, veel meer milieubelastend dan hout, zou dan immers ineens veel duurder worden. Maar de betonlobby is vandaag heel sterk …

Bart Van Leeuw

“Ik denk dat een CO2-heffing op bepaalde bouwmaterialen de vraag naar houtbouw zou kunnen doen stijgen. Beton, veel meer milieubelastend dan hout, zou dan immers ineens veel duurder worden. Maar de betonlobby is vandaag heel sterk … Daarnaast moeten we zeker ook vermelden dat de zogeheten total cost of ownership van een houten gebouw lager ligt dan die van een traditioneel gebouw. Veel opdrachtgevers, zeker de kleinere, focussen echter alleen maar op die initiële bouwkost.”


Bart, werken jullie altijd met hout met een duurzaamheidslabel?

Bart Van Leeuw: “Wij proberen dat, maar ik merk bij onze medewerkers ook wel een zekere labelmoeheid, omdat er zoveel labels bestaan. Alles waar die labels voor staan, zou gewoon de standaard moeten worden voor alle hout dat beschikbaar is.”

Karen Allacker: “Ik zeg hier ook graag iets over. De garantie dat hout uit duurzaam beheerde bossen komt en een voldoende lange levensduur heeft in gebouwen, vind ik wel belangrijk. Ik leg uit waarom. Vanuit milieuoogpunt heeft hout onmiskenbaar een sterk punt: bomen nemen tijdens hun groei CO2 op uit de atmosfeer en slaan die op in hun biomassa. Men bestempelt hout daarom vaak als CO2-negatief. Die uitspraak is echter te kort door de bocht. De koolstof die tijdens de groei wordt vastgelegd, komt opnieuw vrij wanneer het hout verbrandt of uiteindelijk vergaat. Over zijn volledige levenscyclus is hout dus een – zo goed als – CO2-neutraal materiaal. Wanneer hout als bouwmateriaal wordt ingezet, blijft die koolstof vaak decennialang opgeslagen in het gebouw. Daardoor wordt de uitstoot van CO₂ uitgesteld, wat een klimaatvoordeel kan opleveren. Tegelijk stopt de CO2-opname zodra een boom wordt gekapt. Het uiteindelijke milieueffect van houtgebruik hangt daarom sterk af van duurzaam bosbeheer en van de snelheid waarmee het bos opnieuw aangroeit. In een duurzaam beheerd bos blijft de totale bosvoorraad op lange termijn stabiel of groeit ze zelfs, zodat de koolstofopslag in het bos behouden blijft.”

“Een trend die wel zorgen baart: dat de structuur van een houten gebouw vaak CO2-neutraal is, lijkt vandaag een vrijgeleide om kwistig om te springen met hout. Ik wil graag een pleidooi houden om toch zuinig te zijn met dit kostbare materiaal.”


Geniet een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Bart Van Leeuw: “Wij proberen met ZAmpone architectuur inheems hout te gebruiken als het kan. Het volledig afzweren van tropisch hardhout is technisch gezien echter niet mogelijk. Of nóg niet. Ook recuperatiehout gebruiken we graag, uit ideologische overweging maar ook omdat je de prestaties ervan goed kan inschatten op basis van de bewezen staat van dienst.”

Karen Allacker: “Neen. Het is belangrijk dat de juiste houtsoort gekozen wordt voor de juiste toepassing. Loofhout heeft bijvoorbeeld een hogere milieu-impact dan naaldhout, maar ook andere eigenschappen. Het gebruik van tropisch houtsoorten moeten we ook wat mij betreft beperken tot de situaties waarin het echt niet anders kan, omwille van de hoge milieu-impact van het eraan verbonden transport.” 


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Bart Van Leeuw: “Neen. Elk materiaal heeft zijn eigen schoonheid. Wat wel zo is: zichtbaar hout brengt een warmte die andere materialen maar moeilijk kunnen evenaren. Daarom werken wij voor de binnenafwerking van de scholen en kinderdagverblijven die wij ontwerpen heel vaak met hout. Het is ook wetenschappelijk bewezen dat zichtbaar hout in een gebouw een positieve invloed heeft op het welbevinden van wie erin vertoeft.”

Karen Allacker: “Voor mij ook niet per se.”


Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren in ons land?

Bart Van Leeuw: “Ik heb helaas geen glazen bol, maar ik hoop alvast dat we een gezonde mix gaan krijgen van bouwmaterialen – dus ook binnen gebouwen, waarin hout meer zijn plaats zal hebben dan vandaag. Dat is een realistische wens, denk ik. We gaan niet het nieuwe Scandinavië worden, waar heel erg vaak in hout wordt gebouwd, daarvoor hebben we hier te veel een baksteen in de maag. Ik hoop dat we hier veel meer circulair zullen gaan bouwen, in de eerste plaats met gebouwen die aanpasbaar zijn. In dat plaatje past houtbouw mooi.” 

Karen Allacker: “Ik vermoed dat houtbouw hier aan belang zal winnen omwille van de noodzaak om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, wat een belangrijke uitdaging is voor de bouwsector de volgende decennia.”