• © Foto's: Sidati | De woning in de Antwerpse wijk Zurenborg, vanzelfsprekend centraal op de foto. De renovatiewerken worden dit voorjaar opgeleverd.

De eigenaars hadden de herenwoning, een rijhuis in de Bosduifstraat, net gekocht en wilden het pand verbouwen omdat het bij een eerdere renovatie veel van zijn klassieke logische structuur en indeling verloren had: de woning was donker, de ruimte werd niet optimaal benut en wie in de voorkamers vertoefde, had nog amper een visuele verbinding met de straat. De eisen van de nieuwe eigenaars bij het zoeken naar een architect voor de renovatie waren dan ook duidelijk: meer daglichttoetreding en buitenruimte en een betere indeling creëren en ervoor zorgen dat de woning zich weer opende naar de straat. En als het even kon ook de tuin vergroenen en vergroten.

Een uitdagende opdracht voor VDCA, dat een ontwerp uittekende met een grote rol voor CLT.

Zelfs lichte binnenwanden in CLT

Het ontwerpbureau behield de gevel, die beschermd is, en twee bestaande houten vloeren om die façade te schoren. Al de rest daarachter besloot het af te breken en te vervangen door een CLT-structuur, die dus vorm kreeg binnen de muren van beide buurwoningen. De bestaande fundering werd daarbij grotendeels behouden en moest door de keuze voor hout niet worden versterkt.

“We hadden een eenvoudig, rationeel plan uitgetekend met beperkte overspanningen en wilden de verbouwing graag realiseren met duurzame, natuurlijke materialen”, begint Lieve Vermeiren, medezaakvoerder van VDCA, te vertellen. “We hebben de opdrachtgever daarom initieel voorgesteld om de nieuwe draagconstructie in een houtskeletstructuur te realiseren met nieuwe, houten roosteringen en lichte houtskeletwanden. Vanuit de ervaring die we daarna opdeden bij het ontwerp en de realisatie van een groter nieuwbouwproject met een houten CLT-structuur, wilden we echter graag onderzoeken of we CLT misschien ook konden toepassen in dit kleinere, particuliere project. En dus hertekenden we de plannen. We vroegen ons vooral af of CLT-bouw op zo’n relatief kleine schaal nog betaalbaar kon zijn.”

VDCA trok met zijn ontwerp naar Sidati, expert in houtbouw, en daar werd die vraag al snel positief beantwoord. “Het ontwerpbureau had wel de structurele wanden en vloeren in CLT ontworpen, maar niet de lichte binnenwanden. Wij maakten duidelijk dat ook die perfect in CLT konden worden uitgevoerd én benadrukten dat bouwen in CLT ook sneller gaat, waardoor het financieel wel interessant werd”, vertelt Ive Jacobs, projectleider bij Sidati. “In totaal werd 34 m³ CLT gebruikt, goed voor ongeveer 295 m² aan plaatmateriaal.”

Voorbeeldcase

Lieve Vermeiren en Ive Jacobs noemen de renovatie een referentieproject voor CLT-bouw. “CLT-bouw wordt in de particuliere markt wel toegepast voor uitbreidingen in de vorm van optoppingen, maar de perceptie leeft dat het minder geschikt is voor kleinere renovaties vanwege de prijs”, vertelt die laatste. “En dat het voor de realisatie of renovatie van woningen in stedelijke context al helemaal geen optie is, omdat het leveren van en werken met geprefabriceerde CLT-elementen een goede werforganisatie vergt. Dit project bewijst echter het tegendeel.”

“Het project illustreert inderdaad dat CLT-bouw ook kan worden toegepast bij particuliere renovaties in een stedelijke context”, vult Lieve Vermeiren aan. “Een groot voordeel van de bouwmethode is ook dat ze de overlast voor de buurt beperkt houdt. Bouwen in CLT gaat immers sneller, wat een kortere werf betekent, en gaat gepaard met minder lawaai en stof. En met minder afval; daar stond ik echt versteld van. Op een traditionele werf worden meerdere containers aan bouwafval afgevoerd, hier verdwijnen de weinige resten in enkele zakken.”

“Uiteraard wordt bij de prefabricatie van de CLT-elementen in het atelier wel afval gecreëerd”, pikt Ive Jacobs in. “Maar dat proberen wij altijd opnieuw in te zetten waar het kan. Lukt dat niet, dan wordt het gerecycleerd tot nuttige grondstof voor ander doeleinden.”

Vide, daktuin en nieuw terras

De werken, aangevat in oktober 2025 nadat de nodige afbraakwerken twee maanden in beslag hadden genomen, worden pas opgeleverd in het voorjaar van 2026, maar nu al is zichtbaar dat de opdrachtgevers zullen krijgen wat ze vroegen: meer daglichttoetreding, grotere en groenere buitenruimte, een betere indeling en opnieuw een visuele verbinding met de straat. “Meer daglicht in de woning trekken deden we onder meer met een vide”, licht Lieve Vermeiren enkele concrete ingrepen toe. “De extra buitenruimte creëerden we niet enkel met een vergroting van de bestaande tuin, maar ook met een inpandig terras op de tweede verdieping en een daktuin op de eerste.”

Ook al het CLT dat in het zicht bleef, noemt de architecte een van de architecturale krachtlijnen van het project. 

Werftijd van zes maanden

VDCA en Sidati werden naar eigen zeggen tot dusver niet geconfronteerd met bepaalde uitdagingen in het project. “Wat wel aanpassen was voor ons, is dat werffase doordat ze korter is – we zullen afklokken op zo’n zes maanden, ook veel intensiever is. En dat we ervoor moeten zorgen dat we vragen snel kunnen beantwoorden – want de volgende plaat ligt al te wachten. Nu, er komen wel minder dingen naar boven dan op een klassieke werf, omdat we met Sidati al een goede voorbereiding hebben gedaan in het atelier.”

“Alle doorvoeren voor technieken zijn bijvoorbeeld al op voorhand gebeurd”, maakt Ive Jacobs dat wat concreter.

Niet duurder

De renovatie zou niet per se goedkoper uitgevallen zijn als voor metselwerk, staal of beton was gekozen, zo stelt Lieve Vermeiren. “Een structuur optrekken in hout is duurder dan een klassieke opbouw realiseren, maar dat wordt enerzijds gecompenseerd doordat het CLT op veel plaatsen in het zicht wordt gelaten en dus kan worden bespaard op afwerkingsmaterialen en anderzijds door de snellere en dus goedkopere bouwtijd.”

Voor zowel VDCA als Sidati verliep de samenwerking tot dusver perfect. “Voor ons is er niets zo fijn als werken met een architect die een dossier grondig voorbereid heeft en goed weet wat hij wil. En dat was in dit project zeker het geval”, stelt Ive Jacobs. 

“Onze eerste ervaring met Sidati was zo fijn dat we intussen al samen bezig zijn aan een ander particulier project in CLT”, besluit Lieve Vermeiren.