• © Dewaele Woningbouw | Johan Dheedene is afgevaardigd bestuurder bij Dewaele Woningbouw, dat houtskeletbouw als standaard bouwmethode hanteert. Hij ontving De Houten Pen van Karl Lanneau, bedrijfsleider van WFR Woodconstructions.

De beschikbaarheid van geïmporteerde duurzame houtsoorten staat onder druk door logistieke, politieke en milieuoverwegingen. Import van Siberische lariks is vandaag helemaal uitgesloten wegens de Russische herkomst, maar ook de import van Canadese oregon brengt meer en meer problemen mee. Het transport over duizenden kilometers leidt tot een hoge CO2-uitstoot, wat haaks staat op de Europese duurzaamheidsdoelstellingen. De afhankelijkheid van import is niet langer houdbaar in een tijdperk waarin duurzaamheid en lokale productie centraal staan.

Europa kan daarop een antwoord bieden met de eigen productie van LVL en ander zogeheten engineered wood, dat evengoed een alternatief kan zijn voor bouwmaterialen zoals staal en beton. Het is tijd om van Europees hout de standaard te maken voor duurzaam bouwen in Europa.

Wel moeten we durven stellen: de Europese Unie heeft ambitieuze klimaatdoelstellingen, maar de bouwsector wordt toch nog steeds gedomineerd door de klassieke bouwmaterialen beton en staal. En dat terwijl de productie van die materialen voor meer CO2 zorgt dan het ontginnen en bewerken van hout en hout ook nog eens CO2 capteert, gedurende zijn gehele levenscyclus – van groei in het bos tot gebruik in een gebouw. Een kubieke meter hout haalt zo gemiddeld één ton CO2 uit de atmosfeer.

Een Europese Unie die zich vol achter houtbouw schaart, dat zou ook een voorzet kunnen zijn voor een echt Europees duurzaam bosbeleid, waarbij gegarandeerd wordt dat elke gebruikte boom vervangen wordt door een exemplaar dat even oud mag worden en de lokale hernieuwbaarheid van hout zodoende gegarandeerd is. Bossen verhogen bovendien de biodiversiteit en dragen – door de zuurstof die bomen creëren – ook bij aan een goede menselijke gezondheid.

Waakzaamheid is echter geboden. De Europese houtsector bevindt zich op een cruciaal kruispunt nu regelgeving rond duurzaam bouwen echt vorm krijgt en de lobby’s van de cement- en staalindustrie doen daarbij hun werk. Het wordt belangrijk dat de houtsector zich verenigt om een sterk tegengeluid te kunnen bieden aan die lobbyisten. Want de inzet is hoog: het gaat niet alleen om eerlijke concurrentie, maar ook om het vastleggen van de juiste langetermijnstandaard voor duurzaam bouwen in Europa. De houtindustrie moet proactief stappen ondernemen om te garanderen dat regelgeving gebaseerd is op de meest accurate en wetenschappelijke methoden voor het meten van milieu-impact.

Voor mij is het duidelijk: de Europese houtindustrie heeft de toekomst, met een verhaal van koolstofopslag en hernieuwbaarheid. Door nu strategisch en verenigd op te treden, kan zij garanderen dat de regels eerlijk zijn en dat duurzaam bouwen met hout de norm wordt, niet de uitzondering. Voor Europa kan dit leiden tot meer bossen, een positieve klimaatimpact, lokale tewerkstelling en strategische onafhankelijkheid.

Johan Dheedene ontving De Houten Pen van Karl Lanneau, bedrijfsleider van WFR Woodconstructions. Hij is afgevaardigd bestuurder bij Dewaele Woningbouw, dat houtskeletbouw als standaard bouwmethode hanteert.