De Houten Pen: “Hybride bouwen doet niets af aan de kracht van houtbouw”

  • Bart Callewaert is projectingenieur en hoofd studiebureau bij Korlam, gespecialiseerd in de engineering, productie en montage van dragende houtconstructies voor uiteenlopende bouwprojecten. Hij ontving De Houten Pen van Colin Vandewyngaerde, zaakvoerder van RTBplus.

De houtbouwpraktijk is sinds de invoering van de huidige Eurocode 5 in 2004 sterk geƫvolueerd. CLT en LVL hebben hun plaats veroverd, verbindingstechnieken zijn verder ontwikkeld en thema's als brandveiligheid, stabiliteit en trillingscomfort wegen nadrukkelijker mee in het ontwerp. De tweede generatie Eurocode 5, die tussen nu en 2028 stapsgewijs wordt ingevoerd, speelt daarop in met nieuwe en uitgebreidere rekenregels. Zo krijgen CLT en LVL voor het eerst een volwaardige plaats in de Eurocode en worden ook de regels rond onder meer brand, trillingen en verbindingen uitgebreid.

Op het eerste gezicht is dat vooral een technische aangelegenheid voor ons, ingenieurs. We zullen onze rekenmethodes en software moeten aanpassen. Maar de nieuwe Eurocode doet volgens mij meer: hij helpt ons nauwkeuriger te bepalen waar hout sterk in is en waar het materiaal tegen zijn grenzen aanloopt.

Neem brandveiligheid. De nieuwe Eurocode besteedt meer aandacht aan het werkelijke inbrandgedrag van houtconstructies, met onder meer specifieke regels voor gelamelleerde elementen, verborgen verbindingen en de invloed van bekledingen en afwerkingen. Vooral verbindingen verdienen daarbij aandacht, omdat ze bij brand een kritisch punt vormen.

Ook trillingen krijgen een veel nadrukkelijkere plaats. Bij lichte vloeren en CLT-constructies is comfort vandaag vaak bepalend. De nieuwe regels introduceren daarom onder meer eisen voor frequenties en versnellingen. Ook de rekenmodellen voor stabiliteit, kruip en doorbuiging worden aangepast.

Dat zijn geen details. Voor verschillende toepassingen zullen strengere eisen rond brand, trillingen en stabiliteit wellicht grotere houtdoorsneden vragen. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Maar het moet ons wel aanzetten om na te denken over de manier waarop we hout gebruiken.

Want is een grotere houtdoorsnede altijd de beste oplossing? Of bereiken we soms een beter resultaat door een ander materiaal gericht in te zetten?

Voor mij ligt daar een belangrijke richting voor de verdere ontwikkeling van houtbouw. Hybride constructies laten toe om de sterke eigenschappen van verschillende materialen doelgericht te combineren.

Hout leent zich uitstekend voor prefabricatie en biedt belangrijke voordelen op het vlak van duurzaamheid en architecturale kwaliteit. Waar vooral massa, stijfheid of brandweerstand nodig is, kunnen staal en beton een logische aanvulling vormen. Het ene materiaal hoeft het andere niet te verdringen.

Ook de uitgebreidere regels voor verbindingen passen in die evolutie. De nieuwe Eurocode besteedt meer aandacht aan onder meer mechanische verbindingen, ingelijmde staven, schroefverbindingen met hoge capaciteit en het vervormingsgedrag van verbindingen. Dat geeft ingenieurs meer houvast om constructies realistischer te berekenen en efficiƫnter te detailleren.

Tegelijk groeit de aandacht voor levensduur, onderhoud, inspectie en circulariteit. Ook daar gaat het uiteindelijk om dezelfde vraag: hoe zetten we materialen zo doordacht mogelijk in gedurende de volledige levensduur van een gebouw?

Ik zie de tweede generatie Eurocode 5 daarom niet alleen als een noodzakelijke actualisering van onze rekenregels. Ze past ook bij een houtbouwsector die technisch volwassener wordt. We krijgen meer houvast om de prestaties van houtconstructies te beoordelen, maar daardoor worden ook de grenzen van het materiaal duidelijker.

Dat is geen nadeel. Integendeel. We bewijzen de houtbouw geen dienst door hout overal te willen toepassen. De echte uitdaging is het materiaal daar in te zetten waar zijn kwaliteiten maximaal tot hun recht komen en het verstandig te combineren met andere materialen waar die beter presteren.

Niet zoveel mogelijk hout gebruiken, maar hout zo doordacht mogelijk inzetten. Daar ligt voor mij de toekomst van houtbouw.

Bart Callewaert ontving De Houten Pen van Colin Vandewyngaerde, zaakvoerder bij RTBplus. Hij is projectingenieur en hoofd studiebureau bij Korlam, gespecialiseerd in de engineering, productie en montage van dragende houtconstructies voor uiteenlopende bouwprojecten.