Esther Vandamme (Universiteit Antwerpen) en Jorden Goossenaerts (CONIX RDBM Architects): “Hout wordt een volwaardig bouwmateriaal naast beton en staal”

  • Esther Vandamme en Jorden Goossenaerts.

Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen? Werkten jullie ooit al samen?

Jorden Goossenaerts: “Ik ben CEO bij CONIX RDBM Architects. Wij werken heel breed: residentiële projecten, kantoren, retail, onderwijs, zorg, logistiek, erfgoed … Vaak met een sterke focus op innovatie en duurzaamheid – we proberen telkens te zoeken hoe ver we daarin kunnen gaan, ook binnen commerciële of alledaagse projecten.”

“Esther en ik hebben nog niet rechtstreeks samengewerkt, maar we leerden elkaar kennen tijdens een studiedag in Amsterdam, enkele weken geleden. Esther interviewde ook een collega van ons in het kader van haar onderzoek naar houtbouw.”

Esther Vandamme: “Ik ben ingenieur-architect en onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. Mijn doctoraat focust op houtbouw: enerzijds op de factoren die mensen stimuleren of tegenhouden om met hout te bouwen in belgië, anderzijds op de vraag hoe je houten gebouwen aanpasbaar en toekomstgericht kunt ontwerpen.

“Mijn onderzoek vertrok vanuit de vaststelling dat veel duurzaamheidslabels en criteria voor aanpasbaarheid eigenlijk gebaseerd zijn op betonnen gebouwen, niet op houtbouw. Daardoor worden houten gebouwen vandaag vaak beoordeeld volgens parameters die niet afgestemd zijn op hun specifieke eigenschappen. Een voorbeeld is de vereiste overspanning van 8,10 meter om als aanpasbaar beschouwd te worden. Dat sluit beter aan bij betonstructuren dan bij hout. Tegelijk merkte ik dat houtbouw net veel extra mogelijkheden biedt op vlak van demonteerbaarheid, gelaagdheid en circulariteit. Mijn onderzoek probeert die specifieke kwaliteiten beter in kaart te brengen.”


Jorden, CONIX RDBM Architects ontwierp al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Jorden Goossenaerts: “We hebben geen enorm grote portefeuille aan houtbouwprojecten, maar wel enkele interessante referenties. Zo ontwierpen we bijvoorbeeld een van de eerste grotere CLT-appartementsgebouwen in de Antwerpse regio. Dat gebouw, gelegen aan het Vleminckveld en opgeleverd in 2021, voorziet in een vijftiental appartementen. Alleen de kelder werd niet in hout uitgevoerd.”

“Daarnaast realiseerden we een kantooruitbreiding in hout in Antwerpen, in 2016. We tekenden ook enkele grote houtbouwprojecten die uiteindelijk niet gerealiseerd werden, onder meer een kantoorproject van 35.000 m² in Amsterdam, dat we samen met Waugh Thistleton Architects ontwierpen, en een groot project in Brussel voor een tender van de Vlaamse overheid.”


Vergt een houten gebouw een andere ontwerpaanpak dan een klassiek gebouw?

Jorden Goossenaerts: “Absoluut. Je moet van bij het begin weten dat je met hout gaat werken, omdat het materiaal andere mogelijkheden én beperkingen heeft. Bij houtbouw zijn bijvoorbeeld structuur, stramienen en overspanningen cruciaal. Daarom is het erg moeilijk om een klassiek betonnen ontwerp zomaar om te zetten naar hout.”

Esther Vandamme: “Je merkt dat houtbouw een veel integraler ontwerptraject vraagt. Zaken zoals dwarstabiliteit, de opbouw van verschillende lagen, en verbindingen tussen elementen moeten veel vroeger vastliggen. Bovendien zijn die verbindingen vaak de kwetsbaarste onderdelen van de structuur. Daarom moeten stabiliteitsexperts, akoestici, branddeskundigen en aannemers al vroeg samen aan tafel zitten. Houtbouw vraagt echt een geïntegreerde aanpak.”


Jorden, zweren jullie bij een bepaalde houtbouwmethode?

Jorden Goossenaerts: “Nee, zeker niet. De keuze hangt af van de context en de ambities van het project. CLT sluit qua logica nog vrij goed aan bij traditionele bouwmethodes, maar er is veel hout voor nodig. Met houtskeletbouw kun je soms dezelfde prestaties behalen met minder materiaal. En wanneer grotere overspanningen nodig zijn, kom je sneller uit bij gelamineerde liggers of glulam.”

“De vraag is dus altijd: waar liggen de uitdagingen? Soms wil je maximale CO2-opslag, soms net maximaal materiaal besparen.”


Is de keuze voor houtbouw voor CONIX RDBM Architects een ideologische of is die altijd contextgebonden?

Jorden Goossenaerts: “De lage CO2-impact, en dus het ideologische, speelt uiteraard mee, maar hout heeft ook intrinsieke kwaliteiten. Zo zorgt het materiaal bijvoorbeeld voor een warm gevoel en werkt het vochtregulerend. Ik zou zelfs geneigd zijn ermee te werken mocht het ecologisch minder gunstig scoren.”


Wat zijn volgens jullie de grote voordelen van ontwerpen en bouwen in hout?

Esther Vandamme: “Uiteraard is er het ecologische aspect, al blijft dat soms moeilijk uit te leggen aan opdrachtgevers omdat verschillende LCA-methodes andere resultaten opleveren. Dat toont vooral aan hoe belangrijk geharmoniseerde Europese standaarden zijn. Daarnaast biedt houtbouw veel potentieel op het vlak van circulariteit: omdat veel systemen demonteerbaar zijn, ontstaat er veel meer mogelijkheid tot hergebruik. Een ander belangrijk voordeel is het feit dat houtbouw zich perfect leent tot prefab en industrialisatie, wat de kwaliteit verhoogt, risico’s verlaagt en de werfduur beperkt.”

Jorden Goossenaerts: “Snelheid op de werf – de uitvoeringstijd ter plaatse wordt ook verlaagd door het feit dat houtbouw een droge bouwmethode is en je dus niet met droogtijden zit – is inderdaad een belangrijk voordeel. Die kortere uitvoeringstijd compenseert vaak eventuele meerkosten. Hout is vandaag volgens mij een van de weinige bouwmaterialen waarmee we de doelstellingen voor de bouw in het Parijsakkoord echt kunnen behalen.”


Heeft houtbouw ook nadelen?

Jorden Goossenaerts: “Water blijft een moeilijk punt. Het kan de constructie onherroepelijk beschadigen tijdens de bouwfase. Daardoor is een houtbouwwerf erg afhankelijk van weersomstandigheden. Ook lekkende leidingen zijn door de watergevoeligheid een nog groter aandachtspunt dan in traditionele gebouwen. Water kan zich in een houten gebouw immers verspreiden op plaatsen waar je het niet meer kunt verwijderen of uitdrogen.”

Esther Vandamme: “Daarnaast zijn er in België nog uitdagingen rond brand- en akoestische regelgeving. Interpretaties verschillen soms van gemeente tot gemeente of van brandweercommandant tot brandweercommandant. Ook akoestiek blijft complex. Veel akoestische ingenieurs hebben nog beperkte ervaring met houtbouw, waardoor extra veiligheidsmarges worden ingebouwd die de kostprijs verhogen.”

 
Zijn er bepaalde uitdagingen verbonden aan houtbouw?

Esther Vandamme: “Een van de grootste uitdagingen is het tekort aan expertise in België. We hebben niet alleen nood aan meer ingenieurs met ervaring in houtbouw, maar ook aan architecten die bedreven zijn in ontwerpen in hout. Voor veel ontwerpers is een houtbouwproject vandaag nog altijd een eerste ervaring. De kennis zit momenteel sterk geconcentreerd bij gespecialiseerde houtingenieurs en houtbouwaannemers.”

Jorden Goossenaerts: “Daarom is het belangrijk om alle expertise van bij de start samen te brengen. Gespecialiseerde houtpartners beschikken vaak over veel diepgaandere kennis dan algemene aannemers.”


Is de initiële investeringskost van bouwen met hout hoger dan die van bouwen met bakstenen, beton of staal?

Jorden Goossenaerts: “Volgens mij moeten we de vraag anders formuleren: we kijken vandaag nog te vaak uitsluitend naar de bouwkost tot aan de oplevering. Dat is eigenlijk een verkeerde benadering. Je moet de kosten over de volledige levenscyclus van een gebouw bekijken. Wanneer je dat doet, is het nog maar de vraag of hout effectief duurder is.”

Esther Vandamme: “Uit de interviews voor mijn onderzoek blijkt dat de initiële investeringskost van houtbouw meestal tussen nul en tien procent hoger ligt, afhankelijk van hoe goed het ontwerp geoptimaliseerd is voor houtbouw. Door ESG-criteria en de EU-taxonomie behouden houten gebouwen wel vaak beter hun waarde, waardoor vooral investeerders die gebouwen langdurig in portefeuille houden, er interesse in tonen.”


Werken jullie altijd met hout met een duurzaamheidslabel?

Jorden Goossenaerts: “Ja, dat is toch altijd de bedoeling.”

Esther Vandamme: “Wat tijdens mijn interviews wel vaak terugkwam, is dat houtbouw veel strenger gecontroleerd wordt dan andere bouwmaterialen. Hout moet FSC- of PEFC-gecertificeerd zijn, terwijl niemand vraagt naar duurzaam gecertificeerde bakstenen of cement met een duurzaamheidslabel. Dat verschil vonden sommige geïnterviewden opvallend.”


Heeft een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Jorden Goossenaerts: “Dat hangt sterk af van de toepassing. Ik vind het wel echt jammer wanneer hout volledig weggewerkt wordt achter andere materialen. Dan verlies je net een deel van de kracht van het materiaal.”

Esther Vandamme: “Ik heb persoonlijk wel een voorkeur voor glulam. België telt verschillende glulamproducenten en het systeem leent zich goed tot hergebruik. Bij CLT blijft de vraag hoe we die grote platen met uitgesneden openingen later zullen hergebruiken. Glulambalken worden vandaag al effectief hergebruikt.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Jorden Goossenaerts: “Architecturaal, dat kan je natuurlijk breed opvatten, hé. Dat gaat voor mij niet alleen over vormgeving. Ik vind vooral het welbevinden in houten gebouwen aangenamer. Niet alleen visueel, maar ook door de dampdoorlaatbaarheid en de algemene materialiteit.”

Esther Vandamme: “Hout heeft voor mij absoluut een architecturale meerwaarde. Het is wel een grotere uitdaging om mooie grote ruimtes te creëren in een houten gebouw dan in een traditioneel gebouw, omdat daar meer kennis voor nodig is door de specifieke structurele eigenschappen van hout. Dat hogere welbevinden in een houten gebouw waar Jorden over spreekt, kan ik onderschrijven en is overigens ook al wetenschappelijk bewezen.”


Heel lang geleden werd er vaak gebouwd met hout. Toch zijn de historische gebouwen die vandaag nog overeind staan veelal van steen. Betekent dit dat een houten gebouw minder lang meegaat dan een gebouw uit steen, beton of staal?

Jorden Goossenaerts: “Nee, dat denk ik niet. Er bestaan wereldwijd nog veel oude houten gebouwen, zeker in Azië. Het is wel zo: veel houten gebouwen verdwenen vroeger simpelweg door brand. Vandaag ligt het niveau van brandveiligheid natuurlijk veel hoger.”

Esther Vandamme: “Ik maak me technisch weinig zorgen over de levensduur van houten gebouwen. Mits de juiste maatregelen, zoals bijvoorbeeld lekdetectie, kunnen ze perfect lang meegaan. Vandaag worden gebouwen meestal afgebroken om functionele redenen, niet omdat de structuur versleten is. In Vlaanderen bedraagt de gemiddelde levensduur van een gebouw amper 58 jaar. Dat halen houten gebouwen zeker.”


Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren in ons land?

Jorden Goossenaerts: “Ik zie weinig alternatieven om de huidige duurzaamheidsambities te behalen. Daarom denk ik dat houtbouw verder zal groeien.”

Esther Vandamme: “Ik verwacht ook dat houtbouw steeds meer een volwaardig alternatief wordt naast beton en staal. Industrialisatie, ecologische druk en economische incentives zullen die evolutie versnellen.”


Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, Esther en Jorden.