Nieuw kunstenaarsverblijf MASEREEL ({define} en Frantzen et al architecten) bewijst: houtbouw en akoestiek gaan perfect samen

Het nieuwe kunstenaarsverblijf van MASEREEL, een hedendaags kunstencentrum dat een artistiek programma combineert met een internationale residentiewerking voor kunstenaars, is het resultaat van een ontwerptraject waarin circulariteit niet als een extra ambitie, maar als vertrekpunt werd beschouwd. Na het winnen van de ontwerpwedstrijd die de Vlaamse overheid eind 2022 voor het project had uitgeschreven, brachten {define} en Frantzen et al architecten een team van specialisten samen, met onder meer DENKBAR voor de studie stabiliteit, Tech 3 voor de studie technieken, Kubiek (nu Realed by Studibo, red.) voor de EPB-verslaggeving en veiligheidscoördinatie, SonIQ voor de studie akoestiek en Aldrik Heirman voor het landschapsontwerp, om het ontwerp verder uit te werken. Daarbij fungeerde GRO, de duurzaamheidsmeter van de Vlaamse overheid, als belangrijke leidraad voor de circulaire en duurzame ontwerpkeuzes. In het voorjaar van vorig jaar begon hoofdaannemer Vanhout.pro met de werken en nu is het gebouw dus klaar.

Architecturaal zoekt het ontwerp van {define} en Frantzen et al architecten met zijn ronde vorm aansluiting bij de bestaande ronde volumes en de talrijke bomen – die maximaal behouden werden in het project – op de site. Opvallend is ook de circulatie langs de buitenkant van het volume. Die moet het contact tussen bewoners en landschap versterken. Het gebouw telt twee verdiepingen, met op het gelijkvloers een collectieve keuken en verblijfsruimte.

Circulaire insteek creëert uitdaging voor akoestiek

Omdat het doel een aanpasbaar en demonteerbaar gebouw was, koos het ontwerpteam voor een constructie waarin CLT-panelen, gelamineerde houten liggers en houtskeletbouwelementen hoofdzakelijk met bouten, schroeven en clips met elkaar verbonden zijn. Ook de buitenste ring en trappen van staal, vanwege brandveiligheidseisen, zitten omkeerbaar in elkaar. 

De keuze voor een circulaire houtbouwconstructie bracht wel een uitdaging mee op het vlak van akoestiek. Omdat klassieke oplossingen zoals betonvloeren en chapes niet pasten binnen de demonteerbare opbouw van het gebouw, moest het ontwerpteam op zoek naar alternatieve manieren om lucht- en contactgeluid te beheersen. 

Hoewel de opgelegde akoestische eisen relatief beperkt waren, legden de ontwerpers de lat bewust hoger en streefden ze naar een comfortniveau dat vergelijkbaar is met dat van kwalitatieve meergezinswoningen. De rust en privacy van de kunstenaars stonden immers hoog op de agenda. De studie akoestiek van SonIQ was dus geen loutere controleoefening, maar een essentieel onderdeel van het ontwerpproces.

De oplossing om lucht- en vooral contactgeluid te beperken, schuilt uiteindelijk niet in één materiaal, maar in een zorgvuldig uitgewerkte combinatie van lagen, ontkoppelingen en absorberende materialen; onder meer linoleum, dubbele gipsvezelplaten, kokosvezelplaten, isolatie tussen de houten balken en houtwolcementplaten dragen bij aan de akoestische prestaties van het gebouw. 

Minstens even belangrijk waren de aansluitdetails. Overgangen tussen vloer en wand, gevel en vloer of verschillende constructieonderdelen vormden potentiële geluidsbruggen. Daarom werd ook aan die detaillering veel aandacht besteed. Die doorgedreven engineering maakt volgens de betrokken partijen het verschil tussen een theoretisch en een effectief werkend akoestisch ontwerp.

Aanpasbaar en met gerecupereerde materialen

De focus op circulair bouwen leverde niet enkel een demonteerbaar gebouw op. De draagstructuur is ook zo geconcipieerd dat het kunstenaarsbverblijf flexibel ingedeeld kan worden; omdat de draagfunctie volledig wordt opgenomen door de CLT-kern, de buitenste ring van staal en de houten draagbalken die daartussen lopen, laten alle verdiepingen zich vrij en onafhankelijk van elkaar indelen en vereisen toekomstige herindelingen geen ingrijpende structurele veranderingen.

De circulaire insteek vertaalde zich voorts ook in onder meer hergebruik. Zo kregen leien en kasseien afkomstig van de negen oorspronkelijke individuele kunstenaarsverblijven die werden afgebroken, een tweede leven in of rond het nieuwe kunstenaarsverblijf. De leien als gevelbekleding, de kasseien als verharding rondom het gebouw.

Voorbeeldproject

Volgens de projectpartners toont het kunstenaarsverblijf aan dat hoogwaardige akoestische prestaties perfect haalbaar zijn binnen een (circulaire) houtbouwcontext. Ze stellen wel dat meer studie, meer detaillering en een intensieve samenwerking tussen architect, ingenieurs, aannemer en gespecialiseerde adviseurs daarvoor een belangrijke voorwaarde zijn.

Tegelijk reikt de betekenis van het project verder dan akoestiek alleen. Als pilootproject voor circulair bouwen binnen de Europese Green Deal fungeert het nieuwe kunstenaarsverblijf als een praktijkvoorbeeld van hoe duurzaamheid, demonteerbaarheid, gebruikscomfort en architecturale kwaliteit elkaar niet hoeven uit te sluiten. Integendeel: door die ambities vanaf de eerste schets als één geïntegreerde ontwerpuitdaging te benaderen, versterken ze elkaar net.