• Piet Kerckhof en Caroline Deiteren.

Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen? Wat heeft jullie geïnspireerd om te gaan doen wat jullie doen?

Piet Kerckhof: “Ik ben afgestudeerd in 1986 als architect. Ik heb na mijn studies eerst een aantal jaren bij Van Marcke gewerkt. Daar heb ik mij opgewerkt van inrichter van de winkels tot IT-manager. In 1994 ben ik dan aan de slag gegaan in het architectenbureau van mijn toenmalige thesismentor, architect Disdir Langaskens – mijn masterproef ging over het verleden en de toekomst van houtbouw, een bouwmethode waar in 1986 eigenlijk weinig of geen aandacht aan werd besteed in de architectuuropleiding. Toen Disdir Langaskens met pensioen ging, heb ik het kantoor omgedoopt naar Ligno Architecten. In 2014 heb ik het dan nog eens hernoemd, naar Wood Architects, zoals de naam het zegt een ontwerpbureau voor houtbouwprojecten – van verschillende schaalgroottes. Maar ook een studiebureau toegespitst op houtbouw. Om dat laatste duidelijker te maken, hebben we vorig jaar ook Wood Engineers opgericht.”

“Mijn liefde voor houtbouw is ontstaan in Amerika. Dat zit zo: toen ik achttien was, ging ik op uitwisseling naar Minnesota. Ik woonde daar op een boerderij die een eeuw daarvoor opgetrokken was in houtskeletbouw. Het is dat gebouw dat mijn liefde voor houtbouw gevoed heeft, dat mij de houtworm heeft bezorgd. Vorig jaar ging ik er nog eens op bezoek en het gebouw staat nog altijd recht en ziet er, intussen na 150 jaar, nog altijd prima uit.”

“Sinds 2012 ben ik ook ambassadeur van The Climate Reality Project van Al Gore, dat de klimaatcrisis wil tegengaan, en sedert 1 januari van dit jaar voorzitter van de raad van bestuur van Pixii, een kennisplatform dat de transitie naar energieneutraal en circulair bouwen wil versnellen.”

Caroline Deiteren: “Ik ben nu twee jaar directeur-generaal van Embuild Vlaanderen, een sectororganisatie die deel is van Embuild en die bouwbedrijven vertegenwoordigt én versterkt via belangenbehartiging, juridisch-technische ondersteuning, opleidingen, en projecten die innovatie, kwaliteit, industrialisering, digitalisering en duurzaamheid in de Vlaamse bouw stimuleren. Daarbij volgen we onder meer het Vlaamse beleid rond vergunningen, renovatie en overheidsopdrachten actief op en sturen we het mee in overleg met de Vlaamse Overheid.”

“Enkele van onze projecten focussen op circulair bouwen en andere manieren waarop de Vlaamse bouwsector kan bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelstellingen. Op beide vlakken is houtbouw heel waardevol – al worden ook in andere bouwmethodes zeker stappen gezet op het vlak van circulariteit en duurzaamheid. Houtbouw gaat ver terug, maar toch is het ook een bouwmethode waarin vandaag veel geïnnoveerd wordt. Met Embuild willen we het gebruik van biocirculaire bouwmaterialen ook stimuleren – onder meer met ons Charter Biocirculair Bouwen, dat Wood Architects ondertekend heeft en de ketensamenwerking die echt nodig is voor biocirculair bouwen mee moet faciliteren  – en hout is natuurlijk zo’n materiaal. Onder de aannemers die bij ons zijn aangesloten, vallen ook heel wat houtbouwers te noteren.”

“Ik kom eigenlijk van buiten de bouwsector – ik heb een verleden in het sociaal recht en heb lange tijd bij UNIZO gewerkt – maar wilde graag aan de slag bij Embuild Vlaanderen omdat de bouwsector voor heel wat maatschappelijke uitdagingen een oplossing kan bieden: wonen betaalbaarder maken, de opwarming van het klimaat afremmen en tewerkstelling creëren. Daar wilde ik graag actief aan meewerken.”


Piet, jullie ontwierpen al verschillende gebouwen in hout of deden er de nodige studies voor. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Piet Kerckhof: “Dan denk ik spontaan aan het Medical Balance Center in Aalter. Dat is geen groot project, maar wel groots op het vlak van houtbouw. In dat project hebben we een CLT-structuur geplaatst rond een bestaande woning. Een andere referentie is een eengezinswoning in Geraardsbergen. Daar hebben we echt getracht aan te tonen dat de mogelijkheden van CLT-bouw verder reiken dan klassieke bouwmethodes. CLT biedt de architect veel ontwerpvrijheid. CLT-panelen kunnen immers tegelijkertijd worden aangewend op trek en druk. Je kan bijvoorbeeld muren gebruiken als balken bij grote uitkragingen. En organische vormen zijn gemakkelijk te maken met de CNC-machine. Alles wat met traditionele bouwwijzen mogelijk is, kan je ook bouwen in CLT – en vaak ook een andere houtbouwmethode. Het klopt wet Caroline zegt: houtbouw is echt hightech aan het worden.”


Zweren Wood Architects en Wood Engineers bij een bepaalde houtbouwmethode, Piet?

Piet Kerckhof: “Neen, wij ontwerpen zowel in CLT als in houtskeletbouw en zelfs sporadisch volgens paal- en balkconstructies. Overigens proberen wij ook voor de afwerkingsmaterialen de kaart van biogebaseerd bouwen te trekken. Denk aan cellulose-isolatie, een fundering van gerecycleerde materialen …”


Ontwerpen jullie met Wood Architects uitsluitend met hout? 

Piet Kerckhof: “Vandaag voor 95%, al betreft het soms wel houten uitbreidingen van bestaande gebouwen die met een ander constructiemateriaal gerealiseerd werden. Nu, mocht er zich ooit eens een project aandienen waarin de combinatie met beton noodzakelijk is, bijvoorbeeld omwille van de stabiliteit, dan staan wij er wel voor open om hybride te ontwerpen.”


Caroline, wat is jouw link met houtbouw?

Caroline Deiteren: “Zoals gezegd zijn ook heel wat houtbouwers aangesloten bij Embuild Vlaanderen en promoten we houtbouw en andere biocirculaire bouwmethodes. We hebben ook net een goedkeuring gekregen om een COOCK+-project te doen voor VLAIO waarin we specifiek werken rond biogebaseerde materialen en dus ook rond houtbouw.”


Waarom zouden architecten volgens jullie meer moeten ontwerpen in hout?

Caroline Deiteren: “Ik wil voor alle duidelijkheid niet gezegd hebben dat houtbouw per definitie beter is dan andere bouwmethodes, maar de bouwwijze heeft onmiskenbaar wel heel wat troeven op het vlak van duurzaamheid. Zo capteren houten gebouwen CO2 tijdens hun volledige levensduur, vraagt de productie van houtbouwmaterialen minder energie dan die van staal of beton en is hout hernieuwbaar. Daarnaast leent hout zich ook uitermate goed voor modulair bouwen. En je kan er sneller mee bouwen omdat je geen rekening moet houden met droogtijden. In een stedelijke context biedt houtbouw ook veel voordelen, omdat het, gezien het lichtgewicht van hout, een dankbare bouwmethode is voor optoppingen. Onze insteek is: gebruik het juiste materiaal op de juiste plaats. Wel, in veel gevallen zal dat hout zijn.”

Ik hoop dat de houtsector straks als een volwassen speler en gesprekspartner wordt beschouwd in de bouwsector én de politiek

Piet Kerckhof

Piet Kerckhof: “Dat is al een mooi lijstje. Ik ben ook blij om die woorden te horen van een federatie die toch zo’n 90% van de Vlaamse bouwsector vertegenwoordigt. En het klopt helemaal dat hout beton zeker niet overal zal vervangen – ik wil alleen .”

“Op die CO2-opslag leg ik graag nog wat extra nadruk, omdat het potentieel daarvan toch soms wordt onderschat. Zo zie ik zie in Europa een consensus om de opgeslagen CO2 in een gebouwstructuur mee te nemen in de energieprestatieberekening van een woongebouw als dat gebouw 35 jaar blijft staan, maar in België, waar de energieprestatie van een woongebouw vanaf 2029 zal worden uitgedrukt met het M-peil, doen we dat niet. Dat betreur ik enorm. Dat is een gigantisch gemiste opportuniteit om iets aan de klimaatproblematiek te doen. Ik heb ooit eens berekend dat wij met Wood Architects in al onze projecten samen al 25.000 m³ hout hebben gebruikt, wat betekent dat we 25.000 ton CO2 uit de lucht gehaald hebben, maar ook – dat hebben we eens grofweg berekend – 25.000 ton minder CO2 hebben uitgestoten door niet te werken met beton. Dat is 50.000 ton CO2 die wij met Wood Architects uit de lucht hebben gehouden. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we klimaatverandering op termijn echt een halt kunnen toeroepen als we meer in hout gaan bouwen. Een probleem is echter dat de zogeheten groene lobbyisten daar vandaag een stokje voor steken, omdat ze vinden dat het voor het klimaat het beste is dat elke boom blijft staan. Maar dat is niet zo. Een boom sterft ooit, en dan haalt hij geen zuurstof meer uit de lucht en komt alle gecapteerde CO2 weer vrij bij de compostering ervan. Als je net voor dat punt de boom kunt kappen en verwerken in een gebouw, dan verleng je die CO2-captatie met decennia én maak je plaats voor nieuwe bomen die weer CO2 uit de lucht kunnen halen en zuurstof kunnen aanmaken. Het stoort mij ook de milieuimpact van ontgingingen voor cement en bakstenen zelden wordt benadrukt, en het altijd maar gaat over hoe destructief het is om bomen te kappen, terwijl dat net een hernieuwbare grondstof is.”

Caroline Deiteren: “Labels als PEFC en FSC garanderen ook dat de gebruikte bomen effectief worden vervangen door exemplaren die de tijd zullen krijgen om net zo groot te worden. En nog één voordeel dat ik zou willen toevoegen: een houten gebouw heeft een positief effect op het welbevinden van wie erin vertoeft. Dat heeft menig onderzoek, kwalitatief én recent ook hersenonderzoek, al bewezen.”

Piet Kerckhof: “Het hout moet daarvoor wel in het zicht blijven. Dat is wel een voorwaarde.”

Caroline Deiteren: “Dat klopt.”


Heeft houtbouw ook nadelen? 

Caroline Deiteren: “In een houten gebouw heb je vaak meer materialen nodig dan in een gebouw van beton of baksteen – denk aan extra isolatie – en dat zijn niet altijd biogebaseerde materialen. Dat genereert natuurlijk ook wel een extra milieu-impact.”

Piet Kerckhof: “Ik geloof wel dat gebouwen op termijn voor 80 tot 90% uit biogebaseerde materialen kunnen bestaan. Daar zijn we echter nog niet. Houtbouw wordt vandaag inderdaad nog vaak gecombineerd met traditionele, niet-biogebaseerde materialen, zoals pur of XPS als isolatie of crepi als gevelafwerking. Dat is deels het gevolg van geldende regelgeving.”

“Vochtbeheersing verdient wel bijzondere aandacht in een houten gebouw. Vocht is een grote vijand van elk materiaal, maar zeker van hout. Vochtmanagement vergt in een houten gebouw wel andere technieken dan in een traditioneel gebouw, en daar loopt het regelmatig fout.”

“Wat ik nog wil toevoegen: vaak wordt gezegd dat een houten gebouw minder brandveilig is dan een gebouw van beton of staal, maar dat is absoluut niet waar. Het is veel veiliger voor de brandweer om een brandend houten gebouw te betreden dan een gebouw van beton of staal, want staal – ook aanwezig als wapening in beton – kan onder de hitte van het vuur smelten en zo tot instortingen leiden waarvan het momentum niet te berekenen valt. Houten balken verkolen bij een brand. Verkoling is een traag proces, waardoor de draagstructuur verrassend lang intact blijft. Je kan in functie van het gebruikte hout en de dikte van de balken precies berekenen wanneer de balk het zal begeven. Dat kan niet bij staal en beton, die materialen reageren veel onvoorspelbaarder op vuur.”


Is de initiële investeringskost van bouwen met hout hoger dan die van bouwen met bakstenen, beton of staal?

Caroline Deiteren: “In de meeste gevallen wel, zo ben ik geïnformeerd, omdat hout meer kost dan traditionele bouwmaterialen. Dat je bij een houten gebouw met een lichtere fundering kan werken, compenseert dat wel al deels. Maar de zogeheten total cost of ownership of TCO van een houten gebouw ligt wél lager dan die van een traditioneel gebouw, omdat een houten gebouw vaak demonteerbaar is, wat de gebruikte materialen een restwaarde geeft.”

Een houten gebouw heeft een lagere zogeheten total cost of ownership dan een traditioneel gebouw

Caroline Deiteren

Piet Kerckhof: “Ik maak graag een vergelijking met de autosector. Toen je dertig jaar geleden naar de garage ging voor een nieuwe auto, kreeg je de vraag hoeveel kilometer je jaarlijks gemiddeld rijdt. Was dat meer dan 25.000 kilometer, dan werd je een diesel aangeraden. Die had een hogere initiële kostprijs, maar die haalde je er op enkele jaren wel uit omdat diesel minder kost dan benzine. Het klopt dat de initiële investeringskost van bouwen met hout hoger ligt dan die van bouwen met bakstenen, beton of staal, maar het is evenzeer juist dat de TCO van een houten gebouw lager ligt dan die van een traditioneel gebouw, ook omdat een houten gebouw sneller opwarmt, wat zich vanzelfsprekend vertaalt in een lagere energierekening. De grootste reden waarom er bij investeringen in bouwprojecten nog geen rekening wordt gehouden met de TCO, is omdat de banksector er nog geen rekening mee houdt bij kredietverstrekkingen. Als banken meer zouden willen lenen omdat het gebouw een lagere operationele kost heeft, dan zou dat stimulerend werken voor de houtbouw. We moeten dus echt wel beginnen denken in termen van TCO. En echt rekening beginnen houden met de totale milieu-impact van een gebouw.”


Piet, werken jullie met Wood Architects en Wood Engineers altijd met hout met een duurzaamheidslabel? 

Piet Kerckhof: “Uiteraard. Dat gaat volgens mij hoe langer hoe meer gemeengoed worden, in het licht van het ESG-raamwerk.”


En geniet een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Piet Kerckhof: “Neen, want elke houtsoort kent zijn specifieke toepassingen.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Piet Kerckhof: “Voor mij absoluut wel. Daarom ben ik ook blij dat ik de vraag heb gekregen van Houtconnect om mee te werken aan de LinkedIn-reeks Houten Parels (dit artikel legt uit wat die inhoudt, red.). In die reeks komen trouwens regelmatig houtbouwprojecten aan bod die ook mij nog verrassen. Ik val in herhaling, maar hout heeft qua architectuur echt geen limieten meer.”

Caroline Deiteren: “Daar wil ik mij niet over uitspreken (lacht), maar ik verwijs hier wel nog eens graag naar de positieve impact van zichtbaar hout in gebouwen op de gebouwgebruikers ervan.”


Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren? 

Piet Kerckhof: “Er is zoveel aan het borrelen dat het niet anders kan of houtbouw gaat helemaal doorbreken. Eindelijk, zou ik zeggen. Want ik heb mijn thesis waarover ik daarstraks sprak onlangs eens herlezen, en ik moet zeggen dat ik pijnlijk moest vaststellen dat er sinds 1986 nog niet zo heel erg veel veranderd is op het vlak van houtbouw, dat het toch echt nog altijd een zekere niche is. Maar ik ben hoopvol dat dat nu wel echt gaat gebeuren – liefst nog tijdens mijn carrière.”

Caroline Deiteren: “Houtbouw zal een vlucht nemen, omwille van alle zaken die we in dit interview besproken hebben. Al wil ik wel nog eens meegeven: ook in de beton- en staalindustrie wordt werk gemaakt van verduurzaming.”