Rein Geens (bold architecten) en Rein Dessers (Earth, Plant & Fiber): “Houtbouw zal blijven groeien in ons land, verschillende factoren zullen bepalen hoe snel”

  • Rein Geens (l.) en Rein Dessers.

Dag dames. Jullie geloven allebei sterk in houtbouw. Waarom verdient hout volgens jullie een grotere plaats in de bouwsector?

Rein Geens: “Hout is een hernieuwbaar en duurzaam materiaal. Alleen daarom al is het een logische keuze om er vaker mee te bouwen dan met beton of staal. Tegelijk moet je daar realistisch in zijn. Wij werken veel voor projectontwikkelaars en daar verloopt de omschakeling van traditioneel bouwen naar bouwen in hout stap voor stap. Je overtuigt een opdrachtgever niet van vandaag op morgen om een residentieel gebouw in middelhoge houtbouw te realiseren als hij daar nog geen ervaring mee heeft. Wij proberen daarom telkens kleine stappen vooruit te zetten. Zo vervangen we bijvoorbeeld eerst bepaalde isolatiematerialen door duurzamere alternatieven en bouwen we van daaruit verder.”

“Ook voor ons als architecten is het nog een leerproces. Daarom zijn we begonnen met laagbouw in hout. De brandwetgeving is daar veel eenvoudiger dan bij middelhoge gebouwen, waardoor je minder bijkomende maatregelen moet nemen en het budget beter beheersbaar blijft.”

Rein Dessers: “Naast de ecologische voordelen zie ik nog een andere grote troef. Hout heeft ook een emotionele waarde. Het straalt warmte uit en geeft een gebouw een natuurlijke look. Daarom vind ik het jammer wanneer hout volledig achter afwerkingslagen verdwijnt – wat nog vaak gebeurt.”


Bold architecten ontwierp ondertussen al verschillende houtbouwprojecten. Welke zijn dat?

Rein Geens: “We hebben tot vandaag drie gebouwen in hout ontworpen. We timmeren, om het met een woordspeling te zeggen, dus nog aan onze weg naar een duurzame toekomst. Het eerste project is Tifry in Mortsel, een residentieel gebouw met zes appartementen in houtskeletbouw. De bouwwerken starten later dit jaar. Daarnaast ontwierpen we een tennisclub op de Wilrijkse Pleinen in Antwerpen in CLT. Dat project wordt deze zomer opgeleverd. Het derde project is de uitbreiding van een bankkantoor in Braine-l'Alleud, eveneens in CLT.”

“De projecten hebben ons echt een belangrijk voordeel van houtbouw getoond: de voorbereiding vraagt meer tijd omdat je veel vroeger beslissingen moet nemen, maar op de werf win je die tijd ruimschoots terug."


Jullie zweren bij bold architecten dus niet bij een bepaalde houtbouwmethode?

Rein Geens: “Nee. Elke methode heeft haar eigen sterktes. CLT blinkt uit door de CO2-opslag en de constructieve mogelijkheden. Houtskeletbouw is doorgaans eenvoudiger en economisch interessanter.”

Rein Dessers: “Dat klopt. Bij Earth, Plant & Fiber kijken we echter niet alleen naar het constructiemateriaal. Houtbouw combineren we liefst ook met biogebaseerde isolatie en natuurlijke afwerkingsmaterialen. Daardoor verhoog je de totale CO2-opslag van een gebouw nog verder.”


Earth, Plant & Fiber ontwerpt zelf geen gebouwen. Wat is de link van de organisatie met houtbouw?

Rein Dessers: “Wij brengen bedrijven, ontwerpers, producenten en onderzoekers samen die met biogebaseerde materialen werken. Hout vormt daar uiteraard een belangrijk onderdeel van.”

“Zelf ben ik ook bouwheer van het Greenhouse in Sint-Truiden, mijn nieuwe eigen woning die tevens zal fungeren als living lab voor biocirculair bouwen. Het gaat om een prefab houtskeletwoning geïsoleerd met hout- en graswol en afgewerkt met leem en andere natuurlijke materialen. We experimenteren er ook met heel nieuwe toepassingen, zoals wollen wandbekleding. Het project heeft mij hetzelfde geleerd als wat bold architecten leerde uit zijn houtbouwprojecten: dat bouwen in hout enorm snel gaat. Op drie dagen tijd stond de structuur er. Eén verdieping per dag. Heel de buurt stond ervan te kijken. Daarnaast viel ook de beperkte afvalberg op. Omdat alles prefab wordt voorbereid, blijft er op de werf nauwelijks restmateriaal over. De reststukken van onze houtskeletbouwer uit het atelier gebruiken we trouwens voor de vloer van de serre aan de woning.”


Met de hoge bouwsnelheid, de hernieuwbaarheid, het vermogen om CO2 te capteren en de emotionele en esthetische waarde benoemden jullie al de troeven van houtbouw. Heeft de bouwmethode ook nadelen?

Rein Geens: “Ik spreek liever over aandachtspunten dan over nadelen. Vocht is daar een goed voorbeeld van. Tijdens de uitvoering moet je het hout goed beschermen en ervoor zorgen dat het opnieuw kan drogen wanneer het nat wordt. Aannemers met ervaring in houtbouw weten daar perfect mee om te gaan.”

Rein Dessers: “Die ervaring maakt inderdaad een groot verschil. De aannemer die het Greenhouse realiseert kent hout door en door. Hij wist perfect welk hout op welke plaats thuishoort, hoe verschillende houtsoorten reageren op vocht en in welke richting ze uitzetten of krimpen. Dat soort vakkennis is vandaag nog veel te schaars.”

“Eigenlijk is dat laatste een veel breder probleem. Vroeger wist men heel goed welke houtsoort geschikt was voor welke toepassing. Een deel van die kennis is verloren gegaan.”

Rein Geens: “Zoals reeds aangehaald vormt voor middelhoge gebouwen ook de brandwetgeving vandaag nog een belangrijke uitdaging. Zodra je boven laagbouw uitkomt, gelden veel strengere eisen. Daardoor moet je het hout vaak afwerken met bijkomende lagen of coatings, waardoor net een deel van de esthetische meerwaarde verloren gaat. Je kunt constructies ook overdimensioneren zodat ze voldoende brandweerstand behouden, maar dan stijgt uiteraard opnieuw de kostprijs. Meer duidelijkheid en meer specifieke kennis over houtbouw zouden ook hier een groot verschil maken.”

Rein Dessers: “Ik denk dat daar nog veel winst te boeken valt. Brandweer en wetgevende instanties willen terecht geen risico's nemen, maar beschikken vaak nog over te weinig specifieke kennis over houtconstructies. Meer kennisuitwisseling zou inderdaad heel wat onzekerheid kunnen wegnemen. Daarom zetten we daar met Earth, Plant & Fiber op in. Naast het organiseren van die kennisuitwisseling brengen we ook certificerende instanties samen met experten op het vlak van biogebaseerde materialen.”


Vergen houten gebouwen een andere ontwerpaanpak?

Rein Geens: "Absoluut. Bij houtbouw moet je veel vroeger in het ontwerpproces nadenken over de structuur en de juiste maatvoering. Je overlegt ook sneller met specialisten in constructiehout. Dat is voor ons wellicht de belangrijkste les die we geleerd hebben. Bij beton of staal kun je tijdens het ontwerpproces nog veel oplossen door bijvoorbeeld meer wapening toe te voegen. Bij hout lukt dat minder. Net omdat je efficiënt met het materiaal wilt omgaan, moet je van bij de start de juiste keuzes maken."

Rein Dessers: “Dat herken ik volledig. Bij Greenhouse heeft het ontwerpproces zelfs langer geduurd dan de bouw zelf. We hebben heel bewust gezocht naar de kleinste mogelijke houtsecties die toch voldoende draagkracht boden. Dat vraagt meer voorbereiding, maar net daardoor verloopt de uitvoering veel vlotter.”


Ligt de initiële investeringskost van bouwen met hout vandaag hoger dan die van bouwen met stenen, beton of staal?

Rein Geens: “Vandaag vaak wel. Dat heeft vooral te maken met het beperkte aantal gespecialiseerde aannemers. Er is nog te weinig concurrentie, waardoor de prijzen hoger liggen dan nodig.”

Rein Dessers: “Daar komt nog bij dat die gespecialiseerde aannemers moeilijk geschikt personeel vinden. Naarmate meer bedrijven ervaring opbouwen en de markt groeit, verwacht ik dat die meerkost zal afnemen.”


Werkt bold architecten altijd met gecertificeerd hout?

Rein Geens: “Wij schrijven standaard FSC- of PEFC-gecertificeerd hout voor.”

Rein Dessers: “Die labels zijn zeker waardevol, maar ze vertellen ook niet het hele verhaal. Recuperatiehout of heel lokaal hout beschikt vaak niet over zo'n certificaat, terwijl het mijns inziens wel een duurzame keuze is. Bij Greenhouse gebruiken we bijvoorbeeld ook lokaal hout waarvan we de volledige herkomst kennen. Dan heb ik persoonlijk minder nood aan een label.”

Rein Geens: “Het gebruik van recuperatie- en lokaal hout vraagt ook een andere manier van ontwerpen. Vandaag schrijven architecten alles heel gedetailleerd voor in een lastenboek. Daardoor is er weinig ruimte om tijdens de uitvoering recuperatiematerialen of beschikbare houtstromen te benutten. Dat is een denkoefening die de hele sector nog moet maken.”


Geniet een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Rein Geens: “Nee. De juiste houtsoort hangt volledig af van de toepassing.”

Rein Dessers: “Ik volg. Hardhout gebruik je bijvoorbeeld waar duurzaamheid – als in: dat het lang meegaat – belangrijk is. In het Greenhouse gebruikten we dan weer specifieke houtsoorten omwille van hun esthetiek: populier tegen de wanden omdat het een rustige uitstraling heeft en Blue Pine als parket, een grove den met een natuurlijke blauwschimmel die commercieel weinig populair is, maar heel speels oogt. Elke houtsoort heeft haar eigen eigenschappen, kleur en karakter. Net die variatie maakt het interessant.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Rein Dessers: “Ik val in herhaling, maar hout zorgt voor een warme, natuurlijke sfeer die je met weinig andere materialen kan creëren. Ik vind dus van wel. Al is het dan natuurlijk wel een voorwaarde dat je het hout in het zicht laat.”

Rein Geens: “Dat laatste is wel allesbehalve een evidentie. Ik val ook in herhaling, maar zeker bij middelhoge gebouwen ben je vaak verplicht om het hout af te werken, waardoor een deel van die architecturale meerwaarde verloren gaat.”


Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren in ons land? 

Rein Geens: “Ik ben ervan overtuigd dat houtbouw hier verder zal groeien, omdat hout hernieuwbaar is en dat belangrijk is in het licht van de klimaatdoelstellingen, maar ook omdat het een tijdloos materiaal is. Alleen zal dat niet van vandaag op morgen gebeuren. Het tempo hangt af van hoe snel architecten, aannemers en opdrachtgevers er extra kennis over vergaren, de markt concurrentieel wordt én de overheid werk maakt van een duidelijk wettelijk kader, onder meer rond brandveiligheid.”

Rein Dessers: “Ook de nieuwe regelgeving rond de maximale CO2-uitstoot zal die evolutie versnellen. Ik ben dezelfde mening toegedaan: hout en andere biogebaseerde materialen zullen steeds belangrijker worden. Ik hoop alleen dat we verder durven kijken dan de draagstructuur. De grootste winst schuilt misschien wel in de afwerkingslagen van een gebouw. Die worden veel vaker vervangen dan de structuur. Als we ook daar consequent kiezen voor hout en andere biogebaseerde materialen, zetten we opnieuw een grote stap vooruit.”


Bedankt voor jullie waardevolle inzichten, dames!

Gerelateerde artikels