In het BeechPlus-onderzoek, dat liep van december 2022 tot en met mei 2025 en steun kreeg van de FOD Economie, werden eerst sorteerregels voor Belgisch beukenhout gevalideerd en bijbehorende sterkte-eisen en mechanische eigenschappen bepaald. Vervolgens werden de verlijming en vingerlassen (een vingerlas is een houtverbinding waarmee men kortere stukken hout tot één langere lamel samenvoegt, red.) van de lamellen getest en geoptimaliseerd en proefbalken geproduceerd, die mechanische testen ondergingen.
De achterliggende redenering: België beschikt over aanzienlijke volumes beukenhout, maar een groot deel van die stammen verlaat het land als ruwe grondstof. Door te onderzoeken hoe beukenhout, waarvan reeds geweten was dat het een hoge hardheid en buigsterkte heeft, technisch betrouwbaar kan worden gesorteerd, verlijmd en toegepast in glulam, wilde het project de basis leggen voor structurele toepassingen van het hout. Zo kan de houtsoort ook effectief in dragende constructies worden gebruikt en wordt de lokale valorisatie van het hout versterkt. Dat is niet alleen economisch interessanter, het zou de ecologische voetafdruk van Belgische houtbouw ook verlagen – door veel kortere transportadstanden. Met andere woorden: BeechPlus was evenzeer een industrieel-economisch experiment als een puur technisch onderzoeksproject.
Het onderzoek heeft niet geleid tot de onmiddellijke integratie van beukenhout in gelijmd gelamelleerd hout volgens EN 14080, maar dat was ook niet het doel. WOOD.be wilde met BeechPlus, en dat objectief werd behaald, prenormatieve data leveren: technische onderbouwing die nodig is om zo’n normwijziging – EN 14080 voor glulam laat in de praktijk vooral naaldhout en populier toe – later mogelijk te maken.
Het BeechPlus-project is daarnaast volgens WOOD.BE ook breder relevant. Het fungeert als een aanzet om te herdenken hoe nog veel andere lokale grondstoffen kunnen bijdragen aan verminderde afhankelijkheid van import, versterking van de circulaire economie – hout is hernieuwbaar – en verbeterde ecosysteemprestaties.
Huidige economische structuren sterk gericht op de export
Het onderzoek bevestigde dat de huidige economische structuren sterk gericht zijn op de export van volledige beukenstammen in standaardafmetingen en dat lage transportkosten en het ontbreken van koolstofbelasting dat mee faciliteren. Dat werd mede benadrukt door het feit dat de onderzoekers zich ook moesten wenden tot buitenlandse zagerijen om aan voldoende Belgisch beukenhout te geraken voor de testcampagne.
Een evenwichtigere aanpak, waarbij de ecologische kosten worden geïnternaliseerd, zou het concurrentievermogen van lokale verwerking volgens het onderzoek op natuurlijke wijze versterken en het gebruik van inheems hout stimuleren.
Aanzienlijk mechanisch potentieel
Beukenhout heeft een aanzienlijk mechanisch potentieel, mits de eigenschappen correct beoordeeld worden, zo wees het onderzoek ook uit. Visuele evaluatie blijft nuttig voor het detecteren van knoesten en scheuren, maar de vezelrichting is bijzonder moeilijk visueel in te schatten. Akoestische methoden bleken een veelbelovende aanvulling, met betrouwbare, niet-destructieve inzichten in stijfheid en weerstand. Een combinatie van visuele en akoestische classificatie kan leiden tot een betere sortering, een hogere materiaalopbrengst en een breder toepassingsgebied. Op dat vlak kan Belgisch beukenhout concurrerender worden met ingevoerd naaldhout.
Geschikt voor glulam
Een en ander leidde tot de belangrijkste bevinding: het onderzoek benadrukt dat kwalitatief hoogstaand gelamineerd hout kan worden geproduceerd uit beukenhout. Succes hangt wel af van verschillende factoren: een zorgvuldige keuze van lijm en lijmprocedures om planken tot balken te verlijmen, en een efficiënte geometrie en uitvoering van vingerlassen om langere planken te vormen en het gebruik van hout te optimaliseren. Hoewel lijmen op basis van polyurethaan (PU) een hoge sterkte behaalden, vertoonden ze weerbarstig gedrag onder delaminatietesten. Melamine Formaldehyde (MF) en Melamine Urea Formaldehyde (MUF) boden een consistenter resultaat, zowel in sterkte als in duurzaamheid. Modelleringstechnieken zoals de Monte Carlo-simulatie (een rekenmethode die duizenden tot miljoenen virtuele scenario’s doorrekent om te zien hoe een systeem zich statistisch gedraagt, red.) toonden bovendien aan dat sterkteklassen voorspelbaar zijn, waardoor efficiënter gebruik van beschikbaar materiaal mogelijk wordt. Belangrijk is dat foutvrij beukenhout een hoge ductiliteit (de mate waarin een materiaal plastisch kan vervormen vóór het breekt, red.) vertoont, waardoor het geschikt is voor toepassingen waar sterkte belangrijker is dan stijfheid.
Systeemswitch nodig
Kortom: de industriële haalbaarheid van het gebruik van Belgisch beukenhout voor glulamconstructies is aangetoond: met juiste classificatie, lijmtechnieken en structurele validatie kan Belgisch beukenhout concurreren als hoogwaardige grondstof voor glulam. WOOD.be hoopt dan ook dat de EN 14080-norm wordt uitgebreid naar loofhout.
Toch is technologie volgens WOOD.be alleen niet voldoende. Het benadrukt dat de technisch prenormatieve invalshoek van het BeechPlus-onderzoek slechts een beginpunt is en er nood is aan gecoördineerde actie om het potentieel van Belgisch loofhout volledig te benutten in de Belgische houtbouwsector. Denk aan geavanceerde classificatie, verfijnde productieprocessen en Belgische beleidsmaatregelen die gericht zijn op het stimuleren van lokaal behoud van grondstoffen, in plaats, zoals vandaag veelal het geval is, op export.
Door dat laatste verdween volgens WOOD.BE in de afgelopen decennia ook de knowhow voor het verwerken van lokaal hout grotendeels uit ons land. Daarom pleit het kenniscentrum voor een degelijk opleidingsbeleid dat zorgt voor verspreiding van kennis en het bijbrengen van vaardigheden rond het verwerken van lokaal hout.
Een systeemswitch is dus zonder meer nodig.
Wie meer info wil over het project kan contact opnemen met Robbe Celis van WOOD.be, via een mailtje naar robbe@WOOD.be. Hij voerde het onderzoek samen met collega Céline Commet.