• Sven Mouton (l.) en Bart Mermans.

Dag heren. Kunnen jullie jezelf kort even voorstellen? Wat heeft jullie geïnspireerd om te gaan doen wat jullie doen?

Bart Mermans: “Ik ben samen met Luc Roegiers bestuurder van ROOILIJN architectuur uit Antwerpen. Ons team bestaat uit negen mensen en wij zijn voornamelijk in de Antwerpse stedelijke context actief, met zowel projecten in de private als in de publieke sector, van diverse schaalgroottes. Dat brede spectrum houdt ons fris. Ontwerpend onderzoek is voor ons bureau heel belangrijk, omdat het leidt tot doordachte architectuur. Al jaren geleden hebben wij met ROOILIJN architectuur de keuze gemaakt om sterk in te zetten op koolstofbewust bouwen, meer bepaald door het gebruik van biogebaseerde en recuperatiematerialen. We zagen dat als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. Vooral in de private sector kunnen we, gezien de kleine schaal, veel nieuwe duurzame materialen en opbouwen toepassen, ook als die nog niet getest zijn. Dan gaan we daarover in overleg met de aannemer en de bouwheer.”

“Architectuur begon mij in het middelbaar te interesseren. Dat duurzaamheid daarbij een belangrijk aandachtspunt zou worden, stond eigenlijk in de sterren geschreven: in het dorp waar ik ben opgegroeid ging ik vroeger rond om geld op te halen om nestkastjes te kunnen maken om overal te gaan ophangen. En ik hielp ooit ook met het ringen van kerkuilen. Ik was dus al vroeg begaan met de natuur. En dat was bij Luc destijds eigenlijk niet anders. Die deed zijn zakgeld op aan het steunen van organisaties als het WWF en Greenpeace.”

Sven Mouton: “Ik heb een iets minder alledaags traject afgelegd dan Bart (lacht). Als student architectuur wijdde ik mijn thesis aan huttenbouw in Zuid-Afrika. Daarvoor ben ik een halfjaar naar dat land geweest om te gaan onderzoeken hoe verschillende stammen hun hutten precies bouwden. Al snel bleek dat al die stammen veel slimmer omgingen met natuurlijke grondstoffen. Zo bouwden ze hun hutten bijvoorbeeld met koeienstront die ze vermengden met aarde. In dat mengsel ontstond dan ammoniak, waardoor alle beestjes in de hutten doodgingen. Dat slimme bouwen met natuurlijke materialen heeft me sterk geïnspireerd. Terug in België bleek dat ik op dat vlak redelijk alleen stond – beton regeerde nog steeds, waardoor ik even mijn buik vol had van ontwerpen en stedenbouw besloot bij te studeren. Daarna heb ik vier jaar als planoloog gewerkt in een studiebureau, ook al werd ik niet warm van die job, die meer voor de vorm dan voor de inhoud bestond. De reden ermee op te houden was het overlijden van een van mijn beste vrienden, Jan, die slechts 25 jaar mocht worden. Toen dacht ik: het leven is te kort om dingen tegen je zin te doen. En dan heb ik samen met mijn vrouw besloten naar Brazilië te trekken om er ons nuttig te maken in de ontwikkelingshulp. We zijn daar twee jaar gebleven en hebben in die tijd een community center gebouwd in bamboe en er mee voor gezorgd dat er elektriciteit kwam in hetzelfde dorp. Toen we terugkwamen naar België hebben we dan CRU! Architecten opgericht om hier ook in bamboe te gaan ontwerpen. Verder dan een bamboedak op ons eigen huis zijn we toen echter niet gekomen, omdat bamboe de perceptie tegenhad: het werd louter gezien als een niet-lokaal materiaal, aan de voordelen dat bamboe heel sterk is, veel sneller hernieuwbaar is dan hout – al na vier tot vijf jaar bereiken bamboeplanten hun oogstpunt – en tijdens zijn groei drie tot vijf keer meer CO2 capteert dan hout, werd totaal voorbijgegaan. Na tien jaar, we schrijven 2015, zijn mijn vrouw en ik met ons gezin dan maar opnieuw naar Brazilië getrokken, om daar een doctoraat te doen rond bamboe als bouwmateriaal en het eerdere ontwikkelingsproject verder te zetten. Toen dat doctoraat afliep, eind 2020, kregen we de vraag van Planckendael, dat een toren in bamboe wilde als pronkstuk van zijn nieuwe ingang, om een lokaal ontwerpbureau op te leiden rond bouwen met bamboe. We hebben toen echter besloten terug te keren naar België en die opdracht zélf voor onze rekening te nemen met CRU! Architecten, dat toen net als vandaag nog steeds gewoon bestond uit mijn vrouw en ik. Wel werkten we ervoor samen met studiebureau Mouton. In september – we hadden wel nooit gedacht dat het zo lang zou duren – wordt de nieuwe ingang opgeleverd. Naast dat ene project hebben we met CRU! Architecten in de tussentijd natuurlijk nog wat andere projecten, weliswaar kleinere en niet met bamboe, gerealiseerd.”

“Het antwoord op de tweede vraag zal ik korter houden (lacht). Ik tekende als kind heel graag. Toen mijn juf een tekening die ik had gemaakt van de bakkerij aan de overkant van de straat aan de bewuste bakker toonde en die daar prompt 100 frank voor gaf, wist ik dat ik dat ik geld kon verdienen met het tekenen van gebouwen en architect moest worden. De ecologisch insteek is er later bij gekomen.”


Werkten jullie ooit al samen?

Bart Mermans: “Neen, maar we werken wel op dezelfde site! Voor Planckendael mochten we samen met HOP. regeneratieve architectuur immers een nieuw paviljoen ontwerpen voor de bezoekers aan het verblijf van de gibbons. Dat project zit nu in de ontwerpfase.”

Sven Mouton: “Ah, kijk eens aan. Dan heb je ongetwijfeld ook al de open geest van de opdrachtgever bespeurd. Het is een mooie plek om te werken.”

Bart Mermans: “Ik heb nog een vraag voor jou, Sven. Als je bamboe kapt, moet je dat dan opnieuw inzaaien? Of groeit dat vanzelf terug?”

Sven Mouton: “Dat groeit vanzelf terug uit hetzelfde wortelstelsel. Hoeveel bamboe je ook kapt.”

“Ik wil ook nog graag even iets weerleggen: er wordt altijd gezegd dat bamboe, voor alle duidelijkheid een gras- en geen houtsoort, geen materiaal is om in België mee te bouwen. Echter: is staal dat dan wel? Dat materiaal zorgt voor gigantisch veel meer vervuiling. Alleen ziet het er steviger uit. Maar sommige bamboesoorten hebben ook een indrukwekkende treksterkte. En we hebben kunnen bewijzen dat in de tien kilometer bamboe die wij gebruikten in Planckendael, die uit Colombia komt, 72 ton CO2 zit opgeslagen. Tijdens het transport met de boot is daarvan slechts drie ton verloren gegaan. Dan mag je al serieus wat ander materiaal in de bewuste toren steken voor je aan koolstofneutraliteit komt …”


Jullie ontwierpen al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak?

Sven Mouton: “Met CRU! Architecten hebben we vooral veel kleinere renovaties in hout gedaan. Het enige grotere project zijn de gebouwen die samen met de toren de nieuwe ingang vormen van Planckendael, een winkel met kantoren erboven, een multifunctioneel gebouw en een sanitair gebouw. Daarvoor hebben we CLT gebruikt, dat we in het zicht lieten. Ik wil graag benadrukken dat ons dat zonder de steun van studiebureau Mouton niet was gelukt. Ere wie ere toekomt.”

Bart Mermans: “In samenwerking met houtbouwer Sidati, jullie welbekend (lacht), hebben we een colivingproject gerealiseerd in Antwerpen. Het gaat om een doorgedreven renovatie van een bestaand hoekpand. De gevel hebben we bewaard gezien de erfgoedwaarde, maar de binnenkant, die bouwfysisch niet meer in orde was en ook niet was afgestemd op de nieuwe functie, hebben we eruit gehaald en vervangen door een prefab houtskeletstructuur die we afgewerkt hebben met biogebaseerde en recuperatiematerialen – onder meer staal uit de haven voor de inkompoort en borstweringen. In Mechelen en Sint-Niklaas zitten wij met ROOILIJN architectuur voor respectievelijk de projecten Papenhof van IGEMO en Clementwijk van Interwaas dan weer in een pool van architecten om toekomstige bewoners te ontdoen van de zoektocht naar een ontwerper. In beide projecten hebben we zo al enkele nieuwbouwwoningen in houtskelet en de combinatie houtskelet-CLT ontworpen, waarvan al een deel gerealiseerd is. Een laatste houtbouwproject dat ik graag naar voren schuif is een kleine vakantiewoning in Hamme, waarbij de opdrachtgevers de woning zelf gaan bouwen met een zelfbouwpakket van Intopia en verder afwerken met kalkhennep.”


Sven, wat zijn de belangrijkste opzichten waarin hout en bamboe van elkaar verschillen?

Sven Mouton: “Dat bamboe een grassoort is en geen houtsoort en dat bamboe veel sneller hernieuwbaar is dan hout, vertelde ik al. Daarnaast zien de twee materialen er ook helemaal anders uit, al kan je de look van bamboe wel meer naar hout trekken, wat meer en meer gebeurt, onder meer door er vezelplaten van te maken of bamboe te lamineren. En bamboe is over het algemeen veel sterker dan hout. Tot wel vijf keer per vierkante millimeter. We hebben aan de Universiteit Gent bijvoorbeeld testen laten doen op het bamboe dat we zouden gebruiken in Planckendael – de dierentuin vroeg dat expliciet – en uit een trektest op één staaf bamboe bleek dat dat die staaf 106 kN in trek kon verdragen. Dat is het gewicht van, om een toepasselijke vergelijking te maken, drie olifanten. Staal is maar net iets sterker. Bamboe is om meerdere redenen dus eigenlijk wel een duurzamer materiaal dan hout.”


Terug over naar hout. Zweren jullie bij een bepaalde houtbouwmethode?

Bart Mermans: “Neen. ‘De juiste methode op de juiste plaats’ is ons credo. Wij passen in onze ontwerpen zowel houtskeletbouw als CLT-bouw toe en hebben ook al overwogen gebruik te maken van MAGNUMBOARD, een bouwsysteem van SWISS KRONO voor massieve houtbouw dat eigenlijk bestaat uit aan elkaar verlijmde OSB-platen.”

Sven Mouton: “Wij gebruiken ook verschillende methodes door elkaar. Wat wij tegenwoordig een heel interessant materiaal vinden, is de zogeheten i-joist-ligger, een lichte maar sterke houten ligger met twee massieve flenzen en een dunne OSB- of multiplexband ertussen die hoge belastingen kan dragen zonder te vervormen.”

De rest van het interview publiceren we binnenkort!

Gerelateerde artikels