Het project verrijst in de wijk Stephenson. De gemeente Schaarbeek gaf er de opdracht voor en stuurt het aan via de ontwikkelingsmaatschappij RenovaS. De werken gingen van start in augustus 2025 met een omvangrijke sloopfase. Verschillende loodsen en bijgebouwen en een bestaande sporthal verdwenen volledig, enkel de twee hoofdvolumes van de gebouwen aan de straatkant bleven overeind. Een daarvan, het rechtse gebouw, gezien vanaf de straat, wordt intern helemaal gerenoveerd krijgt een uitbreiding aan de rechterkant, ook gezien vanaf de straat. De nieuwe sporthal komt achter het andere hoofdgebouw, op de plaats van enkele bijgebouwen. De twee bestaande gebouwen worden verbonden met een staalstructuur die op de plaats komt van de oude sportzaal en fungeert als poort naar de site.
Op dit moment zijn de renovatie-, uitbreidings- en nieuwbouwwerken bezig. Louis De Waele voert de werken uit, met Structure Wood als gespecialiseerde onderaannemer voor de houtbouwdelen. Een precieze opleveringsdatum is nog niet bekend.
De bestaande gebouwen werden ingenomen door een mix van lokale verenigingen en de bestaande sporthal werd gebruikt voor boksport, door de club Queensbury. De opslagloodsen hadden geen duidelijke publieke functie. Zowel de verenigingen als de boksclub keren terug naar de vernieuwde site. De vernieuwde site zal daarnaast voortaan dus ook voorzien in een kinderdagverblijf, in de uitbreiding van een van de twee bestaande gebouwen, en in een nieuw publiek park dat grote delen verharding vervangt.
Houtbouw als bewuste keuze
De nieuwe sporthal en uitbreiding worden gerealiseerd in hout. Er worden verschillende houtbouwmethoden toegepast: CLT-bouw voor wanden en vloeren, gelamineerde liggers en kolommen voor de hoofddraagstructuren en houtskeletbouw voor lichtere delen en gevelelementen – die worden afgewerkt met klassiek metselwerk. Het gebruikte hout is hoofdzakelijk naaldhout.
De keuze voor houtbouw kwam er niet zomaar. Ze vloeide voort uit een reeks concrete randvoorwaarden die het ontwerp en de uitvoering mee sturen. Zo wilden Renovas en Urban Platform zo veel mogelijk biogebaseerde bouwmaterialen gebruiken – ook voor isolatie en afwerking werd die kaart dus getrokken.
Daarnaast speelde de ondergrond een bepalende rol in de keuze voor hout. De bodem bleek weinig draagkrachtig, waardoor een klassieke betonstructuur automatisch zwaardere en duurdere funderingsoplossingen zou vereisen. Door te kiezen voor een lichte houtstructuur, volstaat een relatief eenvoudige funderingplaat van ongeveer 30 cm, zonder bijkomende paalfunderingen. Dat maakt meteen een wezenlijk verschil in complexiteit en kost. Ook bestaande structuren moesten door de keuze voor houtbouw niet worden versterkt.
Houtbouw impliceert ook een grote mate van prefab en ook daarmee sluit de bouwmethode naadloos aan bij de ontwerpintentie van Urban Platform, waarin wordt ingezet op eenvoud en rationaliteit. Prefab elementen laten een heldere, repetitieve opbouw toe en beperken de uitvoeringscomplexiteit.
Ten slotte speelt flexibiliteit een belangrijke rol in de keuze. Hout maakt het mogelijk om ruime, kolomvrije overspanningen te realiseren die perfect voldoen aan de noden van een sporthal en publieke functies, maar in tegenstelling tot een vergelijkbare oplossing in beton blijft het eigengewicht van de constructie beperkt, waardoor een veel lichtere fundering volstaat. Voor publieke gebouwen, waar functies zelden statisch blijven, creëren de grote overspanningen een robuuste basis voor toekomstige herinvullingen.
Hergebruik
Het project is niet enkel duurzaam te noemen omdat bestaande gebouwen een tweede leven krijgen. Zo is er in zekere mate ook sprake van circulariteit. Gevelstenen die vrijkomen door het verplaatsen van schrijnwerk, worden bijvoorbeeld hergebruikt op een andere plaats. Ook bestaande radiatoren krijgen een tweede leven.
En hoewel ze niet expliciet oomkeerbaar werden ontworpen, zijn de houtstructuren in theorie wel demonteerbaar.
Hoogteverschil overbruggen
Naast de minder draagkrachtige ondergrond vormden ook de aanzienlijke niveauverschillen op de site een belangrijke ontwerpopgave. In het nieuwe publieke park, dat de verschillende programmaonderdelen verbindt, moest ter hoogte van de spoorlijn een hoogteverschil van ongeveer zeven meter worden opgevangen. Sweco vertaalde dat in een landschapsontwerp met keermuren en hellingen die de verschillende niveaus met elkaar verbinden.
Samengevat: met de ingrepen krijgt de site in de Stephensonwijk opnieuw een duidelijke structuur en betekenis. Wat voordien een versnipperd geheel was van gebouwen en restzones, groeit uit tot een samenhangend geheel waarin bestaande en nieuwe functies elkaar versterken. De combinatie van gerichte sloop, behoud en houtbouw zorgt daarbij niet alleen voor een efficiënte uitvoering, maar ook voor een duurzame en toekomstgerichte invulling van de plek.