• Joeri Beneens, CEO van Beneens (l).) en Koen Van Delsen, vennoot bij m u r m u u r architecten).
  • © m u r m u u r architecten | Beneens en m u r m u u r architecten realiseerden samen het nieuwe gebouw voor Pedico in Geel.

Kunnen jullie zichzelf kort even voorstellen? Werkten jullie ooit al samen?

Koen Van Delsen: “Wij zijn een ontwerpbureau gevestigd in Gent en Ronse met, naast aandacht voor architecturale en technische kwaliteit, een grote focus op duurzaamheid. Wij zien duurzaamheid daarbij niet enkel als een technisch verhaal. Duurzaamheid betekent ook: degelijke gebouwen neerzetten, aangepast aan hun functie, waar de gebruikers graag in vertoeven en die op die manier lang kunnen meegaan. Wij werken enerzijds voor private opdrachtgevers die woningen, kantoren of winkel willen realiseren en anderzijds voor publieke opdrachtgevers, met een voorkeur voor projecten met een duidelijke maatschappelijke meerwaarde, zoals zorginstellingen, scholen, een kinderopvang, een buurthuis …”

Joeri Beneens: “Wij zijn een algemeen bouwbedrijf dat 88 jaar geleden startte als schrijnwerkerij. Wij zijn vandaag nog steeds een familiebedrijf. Ik behoor tot de derde generatie leidinggevenden. Gezien ons verleden hebben wij een voorliefde voor hout. We hebben vandaag nog steeds meer houtbouwers in dienst dan metsers – negen ploegen versus drie ploegen. Naast onze bouwactiviteiten maken wij ook nog steeds houten schrijnwerk, trappen en meubels. Met Beneens Alucon hebben we ook al 25 jaar een zusterbedrijf gespecialiseerd in aluminium schrijnwerk. En met Benetech, ten slotte, hebben we ook een eigen HVAC-afdeling. Intussen zijn we een bedrijf van zo’n 150 mensen. Wij zijn enerzijds actief in de b2b-sector, met klanten als Umicore, AB InBev, Janssen Pharmaceutica en Pfizer, maar focussen ook op aanbestedingen. Wij zijn een klasse 8-bedrijf, waardoor we in aanbestedingen de grootste werken kunnen aannemen, zoals de bouw van scholen en kantoorgebouwen. De laatste jaren zijn we ons ook gaan toeleggen op design & build-opdrachten, opdrachten waarbij we met andere woorden van in het begin een team vormen met een ontwerper, vooral interessant in circulaire bouwprojecten. De laatste jaren zijn we ons echt gaan specialiseren in dat circulair bouwen.”

Koen Van Delsen: “Om op de tweede vraag te antwoorden: ja, wij werkten al samen. In 2014 realiseerden we samen een houtbouwproject voor Pedico, de verbouwing en uitbreiding van een voormalige dekenij in Geel tot schoenenwinkel. Een jaar na ingebruikname is het gebouw echter grotendeels vernield door een brand, nadat pyromanen enkele vuilnisbakken aan de ingang in brand hadden gestoken. Dankzij de houtstructuur bleef de schade toch beperkt. Het is te zeggen: de brandweer zei achteraf dat als het een gebouw van beton of staal was geweest, het vermoedelijk was ingestort en zo ook de betonnen kelder beschadigd was geraakt. Dat was nu, dankzij de overgedimensioneerde gelammeleerde liggers, niet het geval; de stabiliteit van het gebouw is nooit in het gedrang gekomen. Met hetzelfde bouwteam konden we het gebouw in minder dan een jaar tijd op de bestaande betonnen fundamenten opnieuw optrekken.”


Jullie ontwierpen of realiseerden al verschillende gebouwen in hout. Wat zijn enkele referentieprojecten op dat vlak? 

Koen Van Delsen: “De verbouwing van een bestaande landbouwloods van Natuurpunt, bestaande uit metalen spanten en asbestplaten, in Bos t’Ename in Oudenaarde tot educatieve natuurboerderij met ook een werkplaats en kantoren voor de beheerploegen van het natuurgebied en voor vrijwilligers, een project dat nog in uitvoering is. Het is een zeer experimenteel project met maximaal gebruik van lokale hernieuwbare bouwmaterialen, zoals stro, leem en hout uit eigen bos. We gebruiken populier van een veld dat gekapt is om plaats te maken voor een gemengd loofbos. Remi Ryckeboer en Eurabo hebben die bomen verwerkt tot bouwmateriaal voor het project. Populierenhout is prima constructiehout, maar niet geschikt om in buitenomstandigheden te gebruiken. Uit een middelhoutbeheerd stuk bos is daarom ook kastanje geoogst voor de gevelbekleding en eik en robinia voor de kolommen van de open luifels. Daarnaast beschouwen we ook Buikberglos, een vakantiewoning in CLT in de Vlaamse Ardennen, en Knipoog, een kinderopvang in Wortegem-Petegem die grotendeels in houtskelet is gebouwd, als mooie referentieprojecten op het vlak van houtbouw.”

Joeri Beneens: “Voor ons is ’t Centrum, het houten kantoorgebouw van Kamp C in Westerlo naar een ontwerp van West Architectuur, zeker een referentieproject. Dat gebouw is 100% circulair. Het is volledig gebouwd met gerecupereerde en biogebaseerde materialen en helemaal demonteerbaar. Ook het gebouw voor vzw de Biehal in Lommel, ontworpen door DAM architecten, is een mooi houtbouwproject, net als ons eigen nieuwe kantoor in Olen, tien jaar geleden gebouwd naar een ontwerp van West architectuur. Een van de houtbouwprojecten die we binnenkort gaan realiseren is Treemont in Brussel, een houten kantoorgebouw ontwerpen door ARCHi2000 en Sweco. Binnenkort vernieuwen we onze website en kan je daar alle projecten bewonderen.”


Ontwerpen en realiseren jullie uitsluitend gebouwen met hout?

Koen Van Delsen: “Wij zouden graag minstens 50% van onze projecten in hout ontwerpen, maar in veel gevallen is dat niet zo evident omwille van een combinatie van akoestische en brandtechnische vereisten, de functie van het gebouw en het budget. Omdat je moet werken met verschillende laagjes om een goeie akoestiek en brandveiligheid te vrijwaren, kom je snel duurder uit en dan haken veel opdrachtgevers toch af.”

Joeri Beneens: “Volgend jaar zal de verdeling houtbouwprojecten – traditionele projecten bij ons normaal gezien voor het eerst min of meer fifty-fifty zijn. Maar veel hangt natuurlijk ook af van welke aanbestedingen worden uitgeschreven en of je die opdracht dan binnenhaalt.”


Zweren jullie bij een bepaalde houtbouwmethode?

Koen Van Delsen: “Neen. Dat is heel context- en budgetgebonden. Wij hebben een grote voorkeur om met hout te bouwen, maar soms vragen de omstandigheden om een massieve bouwmethode. Ecologisch bouwen kan volgens mij ook zonder hout. Er bestaan immers ook andere materialen met een lage milieu-impact. Totem helpt daar klaarheid in te scheppen."

Joeri Beneens: “Wij ook niet. Je moet dat project per project bekijken. Grote overspanningen maken met hout is bijvoorbeeld niet evident als de verdiepingen beperkt zijn in hoogte. Nog even over Totem: die tool geeft een hele slechte score aan hout op het vlak van landgebruik, ook voor duurzaam hout. Terwijl dat afkomstig is van bomen die moéten gerooid worden om het bos gezond te houden. Cement scoort volgens Totem beter op landgebruik, terwijl dat afkomstig is uit kalksteengroeves waar nooit iets anders meer zal kunnen gebouwd worden en nog amper fauna en flora te vinden is. Zo’n groeves zijn grote littekens in het landschap. Terwijl een duurzaam beheerd bos altijd een bos blijft. Met bomen die de lucht zuiveren.”

Koen Van Delsen: “Een van de redenen daarachter is dat bossen, hoe goed ze ook zijn, gewoon veel meer plaats innemen dan steengroeves. Plaats die niet meer gebruikt kan worden voor bijvoorbeeld landbouw, wat we ook nodig hebben. Een steengroeve scoort in Totem dan weer op veel andere criteria slecht. Persoonlijk vind ik dat hout nog op een andere manier slecht uit Totem komt: op het vlak van end-of-life. En dat heeft alles te maken met het feit dat Totem ervan uitgaat dat hout aan het einde van zijn levensduur alleen maar kan worden verbrand. En zo dus de CO2 die het tijdens zijn leven heeft opgenomen, weer afgeeft. Volgens Totem kan hout dus maximaal CO2-neutraal zijn. Naar mijn mening is dat in veel gevallen geen juiste veronderstelling. Totem gaat ervan uit dat een gebouw zestig jaar meegaat, maar de balken in een gebouw zijn na zestig jaar niet versleten. Je kan die makkelijk nog eens zestig jaar gebruiken. En zelfs al doe je dat niet: na zestig jaar is het bos waaruit het bewuste hout komt, in principe weer aangegroeid. Zolang het hout langer gebruikt wordt dan het duurt om het terug te laten groeien, heb je eigenlijk een positieve CO2-impact. Over die denkwijze van Totem is het laatste woord nog niet gezegd. In die context wil ik ook graag meegeven dat wij met m u r m u u r architecten deel uitmaken van een consortium met verschillende partners dat onder de titel CASCO, wat staat voor carbon sink construction, steun van Interreg Europe heeft aangevraagd om te onderzoeken hoe lokale hernieuwbare bouwmaterialen zoals hout in de bouw gebruikt kunnen worden om CO2 op te slaan. Gebouwen als CO2-reservoir als het ware.”

Joeri Beneens: “Ik vind die benadering van Totem ook onrealistisch! Je kan hout op zoveel verschillende manieren hergebruiken. In zijn bestaande vorm, zeker als we met vaste grids en met omkeerbare verbindingen werken, en daarna nog in gedowncyclede vorm, met als laatste optie vermaling om er houtvezelplaten van te maken, wat Unilin Group doet. Die platen kunnen ook weer tot negen keer hergebruikt worden in hun bestaande vorm. En als ze niet meer herbruikbaar zijn, zet Unilin Group het hout in twee energiecentrales die het samen met Aspiravi ontwikkeld heeft, om in groene warmte en groene stroom, die worden gebruikt op de eigen site en in de dorpen errond. En de restwarmte wordt gebruikt in de productie. Totem slaat wat de beoordeling van de milieu-impact van hout de bal mijns inziens dus helemaal mis. Ik vermoed stevig lobbywerk van de cement- en staalindustrie …”

Totem slaat wat de beoordeling van de milieu-impact van hout betreft de bal mijns inziens helemaal mis

Joeri Beneens, Beneens

Koen Van Delsen: “Totem werkt met basiswaarden afkomstig van de Zwitserse databank ecoinvent. Die leveren een aantal generieke waarden op. Maar het is de ambitie van Totem om zo veel als mogelijk specifieke data van fabrikanten op te nemen. Het wordt voor de houtsector en de sector van de bio-ecologische materialen wel een uitdaging om de krachten te bundelen om hun eigen data op de juiste manier in Totem te krijgen. Dat vraagt financiële slagkracht en op dat vlak hebben de fabrikanten van minder ecologische materialen, die vaak groter zijn, natuurlijk een streepje voor.”


Is houtbouw vandaag duurder dan bouwen met bakstenen, beton of staal?

Koen Van Delsen: “Ik denk dat de prijs gemiddeld iets hoger ligt maar dat dit samenhangt met de intrisieke kwaliteit van het materiaal en de bouwwijze. Ik bedoel daarmee: je kan zeker bouwen met heel goedkope materialen, maar net als bij alle gebruiksvoorwerpen is dat op lange termijn niet per se de meest voordelige keuze. Een houten gebouw heeft ook een positieve invloed op de mensen die erin vertoeven, en dat is ook veel geld waard. Figuurlijk, maar ook letterlijk.”

Joeri Beneens: “Op dat laatste pik ik graag in. Er zijn professoren die onderzoek gedaan hebben naar hoe iemand zich voelt in een houten gebouw (zie ook onder meer deze case, red.). Daar kwam uit dat een houten gebouw een positief effect heeft op onder meer de bloeddruk en het hartritme van mensen, waardoor ze productiever zijn en zich ook minder snel ziek melden. Een werkgever die een houten gebouw neerzet, bespaart dus enorm veel op loonkosten. Wij merken dat niet alleen overheden dat vandaag weten, maar ook grote bedrijven. Zij beseffen: de war for talent wordt gewonnen in houten gebouwen. Een duurzaam gebouw is echt een meerwaarde om mensen te kunnen aantrekken. Kijk je enkel naar de initiële bouwkost, dan is een houten gebouw vandaag nog duurder dan een klassiek opgetrokken gebouw, maar dat is echt verwaarloosbaar. Het verschil zal niet groter zijn dan 10%.”


Wat zijn volgens jullie de grote voordelen van ontwerpen en bouwen met hout?

Joeri Beneens: “Met hout kan je heel efficiënt bouwen omdat het een droge bouwmethode betreft. Je kan een werf na een goede voorbereiding snel opleveren. Het is ook een propere bouwtmethode, die niet ongezond is voor de werklui. Bouwen met beton en keramische steen  betekent bijvoorbeeld veel stof. Een houtbouw kan je ook veel sneller afwerken omdat je niet met droogtijden zit. Je vindt vandaag ook nog relatief makkelijk schrijnwerkers, maar veel moeilijker metsers. Dan zijn er nog de voordelen voor de gebruikers van het gebouw die ik net noemde, het feit dat hout CO2 capteert en van nature een vochtregulerende werking heeft … De beste manier om vandaag CO2-neutraal te bouwen, is met hout. Op een andere manier kan je dat veel moeilijker verwezenlijken.”

Koen Van Delsen: “Allemaal waar. Ik heb het in Totem ooit getest: met de huidige traditionele technieken kan je onmogelijk CO2-neutraal bouwen. Enkel door de CO2-opslag in hout en andere natuurlijke materialen te valoriseren, kan een gebouw an sich CO2-neutraal uitgevoerd worden. Hout is ook heel licht en heel geschikt voor prefab. Daar ligt op het vlak van standaardisatie en bouwindustrialisatie wel nog groeimarge.”


Heeft houtbouw ook nadelen?

Joeri Beneens: “Je moet het droog houden tijdens de uitvoering. En dus ook zorgen dat lekken in de toekomst niet mogelijk zijn.”

Koen Van Delsen: “Je bent daardoor bij de montage – uiteraard niet tijdens de prefabricatie – heel afhankelijk van weersomstandigheden. En ‘ruwbouw als afwerking’ is een principe dat vaak wordt toegepast bij houtbouw, maar dan moet je wel zorgen dat er niet te veel misgaat tijdens het opbouwen van die ruwbouw. Ik denk aan schimmel, condens … Nog een nadeel van bouwen met hout is dat het toch grotere uitdagingen betekent op het vlak van akoestiek en brandcompartimentering, zaken die een houtbouwproject ook duurder maken.”

Joeri Beneens: “Er zullen de volgende jaren weinig woningen in hout gebouwd worden, omdat het creëren van een goede akoestiek in een woning, met verschillende ontkoppelingen, het veel duurder maakt. In kantoren ligt de akoestische norm bijvoorbeeld veel lager.”


Werken jullie altijd met hout met een duurzaamheidslabel?

Joeri Beneens: “Ja. PEFC of FSC.”

Koen Van Delsen: “Wij ook. Dat is een basisvoorwaarde om echt duurzaam te bouwen met hout.”


Heeft een bepaalde houtsoort jullie voorkeur?

Joeri Beneens: “Je moet de houtsoort kiezen in functie van waar het bouwmateriaal voor moet dienen.”

Koen Van Delsen: “Akkoord. Wij proberen wel altijd Europees hout te gebruiken om zo duurzaam mogelijk te ontwerpen. Voor buitenschrijnwerk is dat wel een uitdaging. Daar lenen de tropische hardhoutsoorten zich toch nog altijd veel beter voor. Hier en daar kan je buitenschrijnwerk al eens realiseren met gelamineerde lariks of kastanje, maar ook maar onder bepaalde voorwaarden.”


Heeft een houten gebouw architecturaal meer te bieden dan een betonnen, stenen of stalen gebouw?

Koen Van Delsen: “De warmte en de huiselijkheid.”

Joeri Beneens: “Ik zou hier ook nog eens de positieve effecten willen benoemen op het welbevinden van de gebruikers van het gebouw.”

Koen Van Delsen: “Je kan dat een beetje vergelijken met het positieve effect van zicht op en de nabijheid van groen op mensen. We vergeten soms dat we biologisch gezien een diersoort zijn waarvan het lichaam is aangepast aan een natuurlijke omgeving, vol leven en daglicht. Hoe verder we daarvan afwijken, hoe groter de negatieve impact op onze fysieke en mentale gezondheid. Dat is intussen uitvoerig wetenschappelijk bewezen.”

Je kan het effect van een houten gebouw op wie erin verblijft een beetje vergelijken met het positieve effect van zicht op en de nabijheid van groen op de mens

Koen Van Delsen, m u r m u u r architecten

Heel lang geleden werd er vaak gebouwd met hout. Toch zijn de historische gebouwen die vandaag nog overeind staan veelal van steen. Betekent dit dat een houten gebouw minder lang meegaat dan een gebouw uit steen, beton of staal?

Koen Van Delsen: “Ik denk dat dit te kort door de bocht is. Er zijn ook veel heel oude houten gebouwen te vinden in de wereld, met typische voorbeelden in Japan of Scandinavië.”

Joeri Beneens: “Als je echt gaat kijken naar duizenden jaren oude gebouwen: dat zullen er meer zijn in hout dan in steen. Ook de daken van oude kerken en abdijen zijn bijna altijd van hout.”


Kan je een houten gebouw volledig brandveilig maken?

Koen Van Delsen: “Ja. Brandveiligheid is wel een zeer ruim en complex begrip, dat ook nog steeds in evolutie is. Gaat het over brandcompartimentering, brandreactie, brandstabiliteit? Er zijn alleszins genoeg technieken om een houten gebouw volledig brandveilig te maken. Het gebouw voor Pedico was bijvoorbeeld brandveilig. Het is niet het hout dat de brand heeft veroorzaakt.”


Is een houten gebouw per definitie circulair?

Joeri Beneens: “Neen. Je kan een houten gebouw ook niet-demonteerbaar verbinden. De structuur is ook maar een onderdeel van een gebouw. Om van een circulair gebouw te kunnen spreken, moet een focus op waardebehoud van elk bouwmateriaal vooropstaan.”

Koen Van Delsen: “Ik ben daarmee akkoord, zij het dat hout op het vlak van circulariteit al een stapje voor heeft op andere materialen. Circulariteit behelst twee cycli, de biologische en de technische. En hout maakt sowieso al deel uit van die eerste.”


Tot slot, hoe zien jullie houtbouw in de toekomst evolueren?

Joeri Beneens: “Ik denk niet dat de bouwsector alleen nog in hout zal gaan bouwen. Staal en beton gaan ook nog steeds toepassingen vinden in de bouwwereld. We zullen bijvoorbeeld nooit kelders bouwen in hout. Er wordt wel nagedacht over hoe de milieu-impact van beton en staal verlaagd kan worden, maar eer dat die investeringen klaar zijn in de fabrieken, zijn we mogelijks tien jaar verder. Houtbouw zal daardoor de komende jaren wel sowieso een groter marktaandeel krijgen.”

Koen Van Delsen: “Houtbouw heeft nog veel groeimarge. In Europa groeien er jaarlijks meer kubieke meters hout aan dan er gebruikt worden in de bouw.”

Gerelateerde artikels